Heel erg klein

Ik zit op de fiets en rij richting centrum. Het is druk. Voor mij fietst een jongetje van een jaar of negen, met daar weer voor zijn vader. Dat laatste weet ik vanwege het volgende: “Pappa!” roept hij. “Pappa!” Aan zijn toon is te merken dat hij iets wil vertellen. “Er zit een jongetje bij mij in de klas, pappa, en die is net zo lang als Kenzo zijn moeder! …

Moord, schreef hij

Ik heb een briljant idee voor een nieuwe TV serie. Dit is ’em. Het gouden idee waarmee ik miljoenen ga verdienen en de amusementswereld nog jaren domineer. Het is daarom van het grootste belang dat je dit idee voor je houdt. Beloof je dat? Oke, dan mag je hier alvast het script van de pilot aflevering lezen: Scene 1 We leren onze charmante held kennen, HH Letcher, gamejournalist. Hij is …

Het Rapport

De premier sluit de deur van zijn kantoor achter zich. Hij knipt het licht aan, en wankelt in de richting van zijn bureau. Hij laat de lege fles die hij in zijn hand heeft in de prullenbak vallen. Zweet parelt op zijn voorhoofd. Het kost hem moeite om op de been te blijven, maar weet zonder zich al te veel stoten zijn bureaustoel te bereiken. Uit de onderste la haalt …

Hoe ik verlichting vond in de Ikea

Met een groot gevoel van opluchting rijd ik in de richting van Amersfoort. Want tot mijn grote vreugde weet ik wat ik voor cadeau ik voor mijn vriendin ga kopen. Dit is belangrijk. Mijn vriendin is notoir moeilijk om een kerstgeschenk voor te vinden. Vergeleken daarbij is het zoeken naar de Higgs boson een makkie: het enige wat ze daar voor nodig hebben is een deeltjesversneller van een paar miljard. …

Apestaartje

We lopen door Amsterdam in de richting van de Zeedijk en passeren een jonge vrouw die mobiel belt. Op luide toon, maar met een oh zo geduldige stem. “…de Y. Nee niet de IJ. Niet met puntjes… Niet met puntjes… De Griekse Y. De Y. Nee niet met puntjes. De Y. Ja, de Y. En dan het Apestaartje. Apestaartje. Nee, mam. Apestaartje. Nee, niet het woord Apestaartje. Het Apestaartje. Nee …

En nu even heel wat anders

“Zekerheid is onmogelijk.” “Weet je dat zeker?” “Ja. Nee. Oh wat flauw.” “Hoezo flauw?” “Je houdt me gewoon voor de gek.” “Doe ik dat?” “Je speelt met me.” “Het is toch een legitieme vraag?” “Woordspelletjes zijn flauw.” “Denk je dat ik spelletjes speel?” “Je speelt spelletjes.” “Waarom zou ik dat doen?” “Dat zou ik ook wel willen weten.” (Stilte) “Goed dan. Zekerheid is volgens mij onmogelijk.” “Volgens jou?” “Ja. Volgens …