Schrijversblok

Ik verzin dit niet
Subscribe

Werkplezier

December 13, 2005 By: Harry Category: Column

Reading time: 2 – 3 minutes

Kent u dat? U heeft twee bazen die allebei tegenstrijdige instructies aan u geven? Bent u wel eens bestraft voor het succes van een project? Wel eens ontslagen omdat de winst steeg? Doorspekt uw baas zijn zinnen met steenkolen Engels en gebruikt hij te pas te onpas het woord synergie? Valt het u ook op dat het management kennelijk geen idee heeft waar het mee bezig is? Welkom in de wereld van Dilbert. Of, zoals ik het noem, de werkelijkheid.

Er bestaat namelijk een groot misverstand dat cartoonist Scott Adams met zijn strip Dilbert het bedrijfsleven op de hak neemt. Niets van waar. Het is een keiharde getekende documentaire van onkunde die iedereen in loondienst helaas herkent. Inmiddels ben ik 32 en heb ik aardig wat baantjes gehad om mijn schrijverij te subsidiëren. Van telemarketeer tot communicatie trainer bij een groot telecombedrijf. Ik heb met verbijstering bedrijfsstrategieën gelezen waar niets zinnigs in stond. Ik heb trainingen moeten volgen die duizenden euro’s kostten, waarvan alleen de broodjes de moeite waard waren. Ik heb te maken gehad met leidinggevenden die dachten dat het heel hard roepen van ‘harder werken!!!’ inderdaad mensen motiveert. Ik heb gezien hoe goede ideeën door de marketing afdeling in helse mislukkingen zijn veranderd. Ik heb de Vergadering Der Doem meegemaakt waarin uren lang niets werd besloten en tijdens de rondvraag alle voorgaande punten nog eens zonder enige vorm van beslissing naar voren werden gebracht door die ene dame die zo graag vergadert omdat ze het zo gezellig vindt. Ik heb het over jou Marjan! En geef me [lelijk woord] mijn nietmachine en mijn pen terug die je drie jaar geleden leende en die ik nooit meer terug heb gezien. Het maakt me niet uit dat je naar Maastricht bent verhuisd, die pen was mijn vriend!

Gelukkig ben ik niet bitter.

Voor iedereen die dit herkent is de Dilbert Omnibus een must. In deze bundel zijn drie boeken van Scott Adams gebundeld. Dit zijn ‘De Toekomst volgens Dilbert’, ‘Geluk op het Werk’ en ‘Dogbert Management Handboek’. Deze bestaan niet alleen uit cartoons. Adams ondersteunt zijn visie op het moderne leven met eerder gepubliceerde strips, maar het overgrote deel is ‘gewone’ tekst. Hilarische tekst, overigens, die bij voorkeur in de baas zijn tijd moet worden gelezen voor het beste effect.

Dilbert Omnibus
Scott Adams
Lannoo Spectrum
ISBN-90 774 4509 9

Kantoor

June 29, 2005 By: Harry Category: Column

Reading time: 4 – 6 minutes

Maandag. DJ op de radio, auto in de file en regen op de voorruit. Ik had me ziek moeten melden. Misschien ben ik ziek. Die kriebelhoest zit er nu al een week. Misschien heb ik koorts. De auto voor me trekt op. Mijn rechter koplamp weerspiegeld sterker in de bumper van de voorligger dan de linkerlamp. Niet vergeten: reservelampje kopen. De ruit is vet en beslaat weer. Ruitverwarming baat niet. Er ligt een groezelige zakdoek naast me. Hij voelt plakkerig aan. Met de doek veeg ik over de voorruit zodat ik in elk geval weer beter zie. Het verkeer beweegt weer. Nog een paar minuten en daar is de afslag. Verdomde vrachtauto zit me in de weg. Afslaan lukt nog net zonder brokken te maken. Doorrijden tot de rotonde. Ook die zit verstopt. Tweede weg links. Derde afslag na het tankstation. De regen zet door. Alle kleuren worden door het grijze licht uit de omgeving weggezogen. Niet dat er zo veel te zien is. Een industrieterrein even buiten Apeldoorn met overal dezelfde met golfplaat bedekte gevels. Bedrijfsnamen zonder kleur of flair. Geen mens op straat, alleen rijen met auto’s op de parkeerplaatsen. Vierde afslag rechts. Dan tweede links. Kleine slinger in de weg. Verkeersdrempel. Parkeerplaats. Vlak bij de deur is een plekje vrij. Wat een mazzel. Dit wordt een goede maandag.

Het is elf uur. Nog niets gedaan. De papieren op mijn bureau heb ik herschikt zodat het er in elk geval uitziet alsof ik druk ben. Anja is net weg. Ze heeft een kop koffie achter gelaten maar is weer de suiker vergeten. Ik sta op en wil een zakje gaan halen als Dries me er een toewerpt. Ik vang hem op en bedank hem. Shit. Geen excuus om even de benen te strekken. Misschien dat de koffie me op gang helpt. Ik scheur het zakje open en schud de suiker in de kop. Er zit nog een beetje in de bodem. Ik tuit het zakje met mijn vingers en schud de laatste korrels er uit. Ik roer. Bah. Voetbad. Ik giet de koffie van het schoteltje in het kopje.

Ik pak de eerste brief van de stapel. Een klacht. Niet voor mij. Bakje ‘Klachten’. Adreswijziging. Wel voor mij. Geen zin. Per ongeluk in het bakje ‘klachten’. Ach wat onhandig van me. Volgende brief. Vraag over rekening. Ik weet het antwoord wel maar eigenlijk is die voor ‘debiteuren’. Hij glijd als vanzelf in zijn rechtmatige postbakje.

Half vier. Nog anderhalf uur. Ik kijk naar Dries die schaamteloos een Gameboy tevoorschijn heeft gehaald. Misschien is Van Wilsum er vandaag niet en lopen we geen risico om betrapt te worden. Ik heb geen zin om het hem te vragen. Het kan me niet zo veel schelen. Ik kijk naar de monitor van mijn computer. Er is nieuwe e-mail. Iemand heeft zijn sleutels verloren, of de eigenaar zich bij de receptie wil melden. Een bericht van de directeur met de resultaten van vorige maand aangehecht als PDF. Jammer dat niemand van de afdeling Acrobat Reader op de computer mag hebben staan, maar het gebaar is mooi. Een berichtje aan ‘all’ van Anja met de vraag of iedereen de kopjes zelf in de vaatwasmachine wil zetten want ze gaat vandaag om vier uur al weg omdat ze naar de dokter moet. Vijf over half vier. Te weinig tijd om echt nog iets te doen. De stapel voor me ziet er iets kleiner uit dan vanmorgen. Dat komt morgen allemaal wel. Dan begin ik meteen en ben ik voor de lunch klaar. Honger. Ik heb honger. Soepje? Niet omdat het lekker is maar om iets te doen te hebben loop ik het kantoor uit en ga naar de kantine. Shit. Anja is er nog. Haar brede rug is naar me toegekeerd. Haar geverfde rode krulhaar lijkt op de pruik van Mien Dobbelsteen. Ze heeft haar jas al aan en pakt haar handtas. Ze heeft met niet gezien. Voor ze zich om kan draaien sla ik rechts af en duik de invaliden wc in. Ik wacht tot ik het geluid van hakken op de goedkope laminaatvloer hoor wegsterven. De dans ontsprongen. Anja moet naar de dokter dus dat betekent dat ze graag wil vertellen waarom. De deur op een kier. De kust is vrij. Bij het aanrecht twijfel ik tussen ‘Chinese kip’ en ‘Asperge’. Niet dat het verschil in smaak erg groot is. Ik doe wild en ga voor ‘Ossenstaart’.

Vijf voor vijf. Nog maar heel even. Dries zit voor zich uit te staren. Ik heb weer mail. Het is volgens de omschrijving van ‘hoge urgentie’. Maar de afzender is de directeur dus het zal wel meevallen. Ongelezen in de prullenbak. Ik tel af. Zes, vijf, vier… telefoon… negeren! Drie, twee, een, vrijheid! Weer een dag hard gewerkt.

Tags: ,

1 april

April 04, 2005 By: Harry Category: Column

Reading time: 2 – 3 minutes

Het is vrijdagochtend, 1 april. Ik zit achter mijn bureau op de redactie, tussen torenhoge stapels folders die aan het eind van de week in talloze kranten worden gevouwen. Het is de zoveelste commerciële coup van Eduard, onze verkoper, die zijn persoonlijk reputatie heeft verbonden aan deze papierberg. De telefoon gaat. Ik neem op.
‘Hoi, Harry met Eduard. Is Janneke er ook?’
‘Die is aan het dweilen.’
‘Dweilen? Wat dan?’
‘De leidingen of zo. Alle folders zijn papier-maché.’
‘Wat! Dat meen je niet! Oh wat erg!’
Ik zwijg.
‘Owww…. Rotzak! 1 april zeker!’
Mijn collega’s, die nu nieuwsgierig om me heen staan, gieren van het lachen. Ik hoor Eduard door de telefoon rood worden. Hij roept nog iets van ‘ik krijg je nog wel’ en hangt op.

Een half uur later rent hij het kantoor binnen. Iemand wil hem wat vragen maar hij duikt de wc in. Hoge nood, dus. Een moment later komt hij opgelucht naar buiten, raapt wat paperassen bij elkaar en wil het kantoor weer verlaten.
‘Ga je zo naar klanten toen?’ vraag ik.
‘Ja,’ zegt hij.
‘Zou je je gulp niet dicht doen, dan?’
Hij kijkt verschrikt omlaag en meteen woedend naar mij.
‘Ik krijg jou nog wel!’ zegt hij terwijl hij naar buiten rent.

De telefoon gaat. Ik neem op.
‘Met Eduard. Is Anna er ook?’
‘Tja,’ stamel ik. ‘Die is weg…’
‘Weg? Hoezo?’
‘Weet ik niet, ze rende in tranen het pand uit.’
‘In tranen? Wat nou dan?’
Mijn collega’s lachen te hard en het kwartje valt.
‘Oh! Jij! Ik krijg je echt wel te pakken!’
‘Afgesproken,’ zeg ik. Hij hangt op.

Het is het eind van de middag. Eduard heeft zich niet meer laten zien. Ik werk nog wat persberichten bij als de telefoon gaat. Ik neem op. Aan de andere kant van de lijn klinkt een overduidelijk verdraaide stem.
‘Ja, met van Dijk. Ik heb een leuke tip voor de krant!’
‘Oh ja, wat dan?’
‘Er is hier een gewapende overval bezig!’
‘Oh dat! Ja dat weet ik.’
Het blijft stil aan de andere kant van de lijn.
‘Eduard?’ vraag ik kalm.
‘Ja?’ klinkt het onzeker.
‘1 april,’ zeg ik.
Het blijft even stil. Dan wordt de verbinding verbroken met de meest teleurgestelde klik die ik ooit heb gehoord.

Tags: ,

Theme Tweaker by Unreal