Schrijversblok

Ik verzin dit niet
Subscribe

Grutjes

July 27, 2008 By: Harry Category: Column

Reading time: 3 – 4 minutes

We hebben een logee. En hij heeft nogal een eigenaardig dieet. Zo mag hij bijvoorbeeld geen wortels eten. Wel is hij redelijk gek op appels, appelboom takjes, gras en het snoer van mijn laptop.

De logee is, zoals sommigen misschien al geraden hebben, een konijn. En ik moet eerlijk bekennen dat ik moeite heb met konijnen. Niet dat ik er een hekel aan heb, helemaal niet. Maar ik begrijp ze niet. Ik spreek vloeiend kats en kan me redelijk redden in het honds, maar knaagdiers is toch heel iets anders. Dat maakt me enigszins nerveus, omdat ik niet weet of het dier me nu vriendelijk aankijkt, boos is, honger heeft, of mij doodeng vind. Of allemaal tegelijk. Of geen van allen, want hoe slim is zo’n beest nou helemaal?

Grutjes. Zo heet het konijn waar wij deze weken voor zorgen terwijl zijn bazinnetje op vakantie is. Op zich is het handig als de naam van een dier op zich al een soort uitroep is. Nu ik er zo over nadenk hadden onze katten ook best [lelijk woord] of [nog lelijker woord] kunnen heten, aangezien dat toch de uitdrukkingen zijn die je het meest gebruikt als ze je planten opeten, de bank openkrabben, dure breekbare dingen uit de vensterbank gooien of, mijn ‘favoriet’, met uitgeslagen nagels op mijn schouders springen terwijl ik alleen een dun T-shirt draag.

Maar ik dwaal af. Ik heb de afgelopen dagen een heleboel over konijnen geleerd. Zo heb ik al in de intro vertelt dat konijnen geen wortels mogen eten. Dit verbijsterde mij nogal na jarenlange wortelpropaganda, waarbij Bugs Bunny een hoofdrol speelde. Maar goed, dit accepteer ik dan maar. Het is niet voor het eerst dat ik er achter kom dat jarenlang verkondigde waarheden gewoon niet blijken te kloppen. Net zoals het feit dat de Rijn niet bij Lobith maar bij Spijk het land binnenkomt. Of dat je van regen verkouden zou worden. Ook niet waar.

Grutjes mag dus geen worteltjes. Toch denk ik dat wortels een betere keuze voor hem zijn dan waar Grutjes zelf zin in blijkt te hebben. Zo wordt Grutjes griezelig opgewonden van paprika ribbelchips en slagroomtaart. Het is verbijsterend hoe veel kracht zo’n klein knaagdier blijkt te bezitten, en vooral hoe scherp zijn nagels zijn. Waarmee hij dan op mijn schouders springt om zo dicht mogelijk bij het eten te komen.

Stel je bij die sprong niet te veel voor. We zitten op dat moment dan op de bank, met Grutjes naast ons. Dat werd ons door de werkelijke eigenaars aangeraden, zodat het dier wat gezelligheid heeft. Grutjes vindt het inderdaad buitengewoon gezellig en hij hopt tevreden heen en weer, over ons heen. Wij vonden dat oh zo schattig, tot ik weer iets over konijnen leerde. ‘Zindelijk’ is niet een woord dat in hun vocabulaire voorkomt.

Dit gaf mij het briljante idee om Grutjes dan maar even buiten op ons grasveld in de tuin te laten rondhoppen. De protesten van mijn vrouw negeerde ik. Weglopen? Zo’n klein konijn? Tuurlijk niet. Die vind het veel te leuk op ons gras.

Weer wat geleerd. Konijnen kunnen best hard rennen.

P.S.: Geen zorgen. We hadden Grutjes gelukkig snel weer te pakken, maar niet zonder gevecht. Waarbij het Konijn bijna won. Wat een nagels…

Soms vang je dingen op

September 18, 2007 By: Harry Category: Column

Reading time: 3 – 4 minutes

Ik zit in een café in Amsterdam achter een kop koffie en een flink stuk appeltaart. Ja, ik weet hoe je uit de band moet springen. Ik heb net een persconferentie achter de rug en neem nog even wat notities door voor ik naar de trein loop. Een tafeltje verder zitten een jongen en een meisje overduidelijk verliefd op elkaar te wezen. Tegenover hen zit een wat slungelige jongen. Het vijfde wiel aan de wagen.
Het meisje verontschuldigt zich na een paar minuten en gaat (uiteraard niet zonder haar vriendje hartstochtelijk met veel tong te zoenen) het trapje af naar de wc. De slungel kijkt wat gegeneerd de andere kant op.
“Joh, jij vindt ook wel iemand,” zegt ‘Romeo’ op een vaderlijke toon. Hij kan niet ouder zijn dan zestien. De slungel zelfs jonger.
“Oh dat hoeft niet hoor,” liegt hij. De ander lacht minzaam
“Ik weet hoe het is, hoor. Toen ik nog vrijgezel was, dacht ik ook dat ik dat altijd zou blijven.”
Nu wordt de slungel zichtbaar boos.
“Man, hou op. Ik ben echt niet wanhopig of zo.”
“Oh maar dat zeg ik ook niet.”
“Nou, daar lijkt het wel op.”
“Rustig, broertje. Je windt je er wel erg over op.”
“Ach hou je kop.”
Het valt even stil. Ik kijk weer naar mijn notities. Koffie is bijna op. De taart al lang.
“Ik ben gewoon gehecht aan mijn vrijheid,” zegt ‘broertje’.
“Ja, ja,” zegt Grote Broer schamper.
“Ja! Als ik zie hoe veel tijd jij kwijt bent aan Esther…”
Hier moet Grote Broer om lachen.
“Ik geloof niet dat je het helemaal begrijpt…” zegt hij.
“Nou, ik weet anders wel dat je al tijden niet meer in Het Biervat komt. En Maarten en Edwin heb je ook al drie weken niet meer gezien.”
“Jemig man. Hou je een dagboek bij of zo.”
De slungel kijkt betrapt en bijt op zijn onderlip. Grote Broer zucht.
“Het lijkt wel of je niks anders meer doet,” zegt Slungel uiteindelijk.
“Joh, dat is nou eenmaal hoe het gaat. Esther en ik zijn gewoon erg graag samen. Ze is hartstikke leuk. Vind je niet dan?”
Zelfs van waar ik zit, zie ik dat de slungel een kleur krijgt.
“Daar gaat het niet om,” zegt hij.
“Nou, zeur dan niet.”
“Ik zeur niet,” zegt de Slungel. En dan komt het er uit. Alsof het moeite kost om de woorden te spreken: “Sommige mensen denken dat je niet meer met anderen uit mag van Esther.”
“Waar slaat dat nou op! Jezus, man,” zegt Grote Broer. De opmerking van zijn broertje heeft hem duidelijk geraakt.
“Ik doe echt wel waar ik zelf zin in heb hoor. Ik ga uit met wie ik wil.”
“Laat nou maar.”
“Jezus. Waar háál je het vandaan. Als ik met iemand anders uit wil dan doe ik dat. Daar heeft Esther niks over te zeggen. Ze is mijn cipier niet.”
Alsof het door een slechte soap schrijver is bedacht, blijkt Esther precies op dat moment achter haar vriendje te staan.
“Ik ben je cipier niet?” zegt ze met de ijskoude stem die alleen gekwetste vriendinnetjes kunnen gebruiken.
De slungel krijgt een nog diepere kleur en kijkt van het meisje naar zijn broer. Deze verschiet op zijn beurt en begint te stamelen dat hij het zo niet bedoelde en meer van die dingen die het alleen maar erger maken. Esther pakt zonder verder iets te zeggen haar erg roze handtasje en loopt het café uit. Haar (misschien nu ex-) vriendje rent achter haar aan en laat zijn broertje achter met de rekening.
En terwijl ik mijn eigen koffie en gebak afreken besef ik dat ik Goddank geen zestien meer ben.

Woef!

February 24, 2006 By: Harry Category: Column

Reading time: 2 – 3 minutes

Als mijn vriendin en ik een dagje naar Amsterdam gaan, staat café Zeezicht altijd op het programma.

Best. Apple-pie. Ever.

Het is een vast rustpuntje tussen het onvermijdelijke winkelen en een bezoek aan het Stedelijk. Afgelopen donderdag hoorde daar nog een bezoekje aan De Nederlandse Bank bij. Mijn vriendin bleek nog ergens twee briefjes van vijftig gulden in een spaarpot te hebben, die al vijftien jaar geen daglicht hadden gezien.

Dat is sowieso al een fundamenteel verschil tussen mijn vriendin en ik. De kans dat ik een dergelijk bedrag zou vergeten is ongeveer net zo groot als de kans dat ik dit jaar de oscar voor beste vrouwelijke bijrol in de wacht sleep. Ach, het zou al een eer zijn om genomineerd te worden. Maar ik dwaal af.

Honderd gulden blijkt iets meer dan 45 euro te zijn. Lekker om ’s avonds wat te gaan eten, en om nu taart van te snoepen.

Terwijl we in Zeezicht zitten, en mijn vriendin naar buiten over het Multatuliplein staart, zie ik iets harigs voorbij schieten. Een klein hondje is op speurtocht. Ik praat tegen hem en heb meteen contact. Al snel is hij mijn beste vriend, vooral omdat ik hem kennelijk op precies de goede plekken weet te aaien. Af en toe schiet hij weg om aan vreemde voeten te snuffelen, maar hij houdt mij scherp in het oog, wat ik beloon met regelmatig gekroel achter zijn oren.

Als de taart en de koffie op zijn sta ik op om naar het toilet te gaan. Ik hoor een woest ‘woef!’ dat verdacht veel lijkt op de strijdkreet ‘banzai!’, en voor ik weet wat er gebeurt hangt het hondje met blikkerende tanden in mijn broekspijp. Ik sta perplex en probeer hem uit te leggen dat ik toch net nog zijn vriend was. ‘Grrrr!’ is zijn antwoord, en hij trekt aan mijn broekspijp alsof het een pas gedode prooi is.

Klanten kijken me aan alsof ík de dader ben, en deze behandeling kennelijk verdien. Ik wil aan de omstanders uitleggen dat ik toch echt de beste bedoelingen had, en enkel naar de WC wilde. ‘Doe es rustig,’ zegt een meisje van achter een Apple notebook tegen het hondje. Het is kennelijk zijn bazinnetje. Gehoorzaam laat hij los en springt op de bank naast haar. ‘Af en toe denkt ie dat ie een Doberman is,’ zegt ze. Ik knik begrijpend. Ik was dat zelf ook bijna gaan geloven.


Theme Tweaker by Unreal