Schrijversblok

Ik verzin dit niet
Subscribe

Yep, het was echt

March 12, 2010 By: Harry Category: Column, Weekend

Reading time: 2 – 4 minutes

Soms maak ik dingen mee, waarvan ik een paar dagen later denk: dit kan niet waar zijn. Dit is niet echt gebeurd. En hoe vaker ik het aan vrienden vertel, hoe ongeloofwaardiger het mij zelf voorkomt.

Ik heb maandag Champagne gedronken met Miss France 2010.

Dit moet ik uiteraard even uitleggen. Afgelopen maandag was ik uitgenodigd om twee grootheden uit de Japanse game industrie te interviewen in Parijs. ’s Avonds ging het spel voor het eerst in de verkoop, en naar aanleiding daarvan was er een feest voor genodigden in de VIP ruimte van een grote elektronica winkel. Ik was er daar een van.

In eerste instantie voelde ik me ontzettend niet op mijn plek. Ik spreek nauwelijks Frans. Gelukkig raakte ik aan de praat met een collega die een beetje Engels sprak. Naarmate we beiden meer Champagne dronken, werden zijn Engels en mijn Frans steeds beter. Het was gezellig.

Plots zag ik naast mij een heel leger fotografen die de camera richtten op een meisje met een sjerp. Miss France 2010.

En parkeer nu even je vooroordeel dat ik daar alleen bepaalde mannelijke interesses bij had. Wat ik namelijk vooral voelde was ‘dit is bizar‘. Het was alsof ik in een droom zat waarin opeens Albert Einstein en Ronald McDonald in mijn huiskamer staan.

Een half uur en nog een glas champagne later kwam Miss France, deze keer zonder sjerp, voorbij. Ik vroeg haar waarom ze hier was, en of ze het spel kende. Ze lachte en zei dat het ongetwijfeld geweldig was. Ik vroeg of ze wel eens game speelde. Ze keek even schalks om zich heen, alsof ze zeker wilde weten dat de PR mensen haar niet konden horen, en gaf toe dat ze hier ook alleen maar was uitgenodigd.

Zo kletsten we een paar minuten, waarna ze echt verder moest om nog een paar keer gefotografeerd te worden.

Ik bleef staan en probeerde het even te verwerken. Een serveerster liep voorbij en ik deed een stap naar achter om haar te laten passeren. Ik ben er van overtuigd dat iemand op dat moment de vloer even liet kantelen, want een andere reden kan ik niet bedenken voor het feit dat ik achterover viel. De muur daar bleek geen muur te zijn maar een strak gespannen doek die een kast met DVDs aan het zicht moest onttrekken. Het doek scheurde, DVDs vielen en diverse beveiligingsmensen kwamen mijn kant op lopen.

Een van de mensen van de winkel herstelde mijn schade. Hij keek me quasi serieus aan en zei dat het niet erg was, maar dat hij mijn foto wel even aan de bar door zou geven. ‘No more champagne for you.’

Op dat moment wist ik het zeker. Dit soort dingen gebeurt me alleen in het echt.

Het idee is goed

February 12, 2010 By: Harry Category: Column, Weekend

Reading time: 2 – 2 minutes

Ik was opgetogen over mijn OV chipkaart. Het is een briljant idee:  een pasje dat je alleen even langs de scanner haalt bij in- en uitstappen, en verder gaat alles vanzelf. Geen rijen voor de automaat… Geen stapels kaartjes in mijn portemonnee…  Ik kon dan ook niet wachten om hem te gebruiken. Dit is mijn verhaal.

Ik vertrek om half een van station Kampen. Geen problemen. Ik kan bij de automaat mijn chipkaart activeren en opladen. Ik kom aan op station Hilversum Noord voor mijn afspraak.

Om half vier ga ik terug en zie dat de trein al het station binnenkomt. Nergens zie ik een incheck punt. De conducteur weet het ook niet, en bij hem kan ik niet inchecken. Hij laat me daarom maar gratis meerijden naar Amersfoort, waar ik toch over moet stappen.

Op Amersfoort is op het perron geen incheckpunt. Ik moet de trap op en naar de uitgang om in te checken. Dan weer terug om te ontdekken dat wegens defect materieel de trein richting Zwolle voorlopig niet rijdt. Flinke vertraging, dus.

Eindelijk op Zwolle slaat de deur van de trein naar Kampen letterlijk voor mijn neus dicht. Vertraging is inmiddels opgelopen tot 4 uur. Ik ga naar het loket voor een formulier ‘geld terug bij vertraging’. Die is er niet voor de OV chipkaart. “Komt over een paar weken pas.”

Dan de trein naar Kampen in. Conductrice wil mijn kaartje zien. Ik toon mijn OV chipkaart.

Conductrice kijkt moeilijk en zegt: “Dat kan ik niet controleren.”
“Dan is het een vertrouwenskwestie,” zeg ik.
“Ja, op uw geweten!” zegt ze streng.

Ik knipper met mijn ogen en vraag me af of ik me moet schamen voor het feit dat zij niet kan controleren of ik betaald heb.

Dit was mijn eerste reis met de OV chipkaart. Het blijft een goed idee. Alleen jammer dat de NS dat zelf nog niet weet.

Blijkbaar gedroeg ik me staatsgevaarlijk

December 01, 2009 By: Harry Category: Column

Reading time: 2 – 4 minutes

Ik ben in Londen voor een interview. Uiteraard ben ik de laatste journalist die aan de beurt is, en mijn vliegtuig terug vertrekt om tien voor zes. De PR mensen die dit alles gepland hebben, gingen er blijkbaar van uit dat Londen geen files heeft. En spitsuur? Dat kennen ze hier vast niet…

Met mij collega’s wordt ik in een taxibusje geplaatst en de race tegen de klok begint. En met ‘race’ bedoel ik in dit geval ’stilstaan tussen honderdvijftigduizend andere auto’s’. De chauffeur kijkt ons pijnlijk aan. “Ik vrees het ergste.”

Het is inmiddels half zes. De gate van mijn vlucht sluit om kwart voor. Ik spring uit de bus, sleep mijn rugzak mee en ren richting douane. Een rij, uiteraard. Maar tot mijn gelukzalige verbijstering laat de een na de ander mij voorgaan. Kennelijk straalt de paniek van mijn gezicht. De beveiliger bij de X-ray machine is minder coulant en staat er op dat ik mijn schoenen en riem verwijder. Gelukkig gaan er geen zoemers en ik spring door het poortje alsof ik kandidaat ben voor Hole in the Wall.

Ik verzamel mijn spullen, trek mijn schoenen aan en ren half hinkend door de hal, richting roltrap. Hierop staan mensen tot mijn grote frustratie niet rechts. Ik verontschuldig me hardop en werk me langs de obstakels. Maar halverwege staan drie enorme kerels en ze lijken niet van plan te zijn opzij te gaan.

“Keep to the right,” snauw ik ze toe, en werk me langs hen heen.

“Oi!” hoor ik achter me roepen. Ik negeer het en ren naar de gate. Deze is dichter bij dan ik verwacht en met tien minuten speling heb ik het gehaald. Dan komen de drie mannen rustig aanwandelen. Een van hen stapt op me af.

“Ik ben van de politie. Was dat nou nodig om als een dolleman over de trap te rennen? Ik wil uw papieren zien.”

De man is duidelijk ‘not amused’. Ik toon mijn paspoort en besef dat ik maar een ding kan doen: ogen neer, excuses aanbieden en wat er ook gebeurd: niet tegenspreken. Engelse politie is anders dan die van Nederland. Nederlandse agenten zijn blij als je niet luistert. Dat scheelt hen een boel papierwerk. Maar een Engelse agent is in staat om je aan te kijken, vast te stellen dat je over tien minuten mee moet met dit vliegtuig , maar dat deze routine controle waarschijnlijk zeker elf minuten zal duren.

Tergend langzaam stelt de agent mij vragen: waarom ik in Engeland ben. Waar ik voor schrijf. En meerdere malen waarom ik zo’n haast had. En hoewel ik van binnen kook van woede, weet ik mij tot mijn eigen verbazing enorm te beheersen. Ik ben zelfs nog in staat om vriendelijk gedag te zeggen als hij me eindelijk aan boord laat. En zelfs een laatste impuls om een niet zo vriendelijk gebaar te maken met mijn middelvinger weet ik te onderdrukken.

Deze keer heb ik  gelukkig wel een  internationaal incident weten te voorkomen.


Theme Tweaker by Unreal