Schrijversblok

Ik verzin dit niet
Subscribe

Man-itus

April 12, 2010 By: Harry Category: Column

Reading time: 2 – 4 minutes

Op het moment dat je vriendin vraagt of je nou eindelijk het kerststalletje eens op wil ruimen, terwijl buiten de tulpen bloeien, dan besef je dat je met wat zaken achter loopt. Ik ben niet echt een opruimer. Ik lijd aan een algemeen bekenden aandoening die helaas op maar weinig begrip kan rekenen. Ik heb man-itus. Misschien moet ik dit even uitleggen aan vrouwen die zich op dit moment aan beraden zijn welk moordwapen ze gaan gebruiken als ‘Hij’ nou weer zijn sokken niet in de wasmand gooit.

Iemand die lijdt aan man-itus heeft namelijk een vrij grote afwijking in het gezichtsveld. Vanaf het moment dat iets op de grond ligt, zien we het niet meer. Dit is geen onwil. We willen best de sokken van de vorige dag in de wasmand doen. Maar in een extreme vorm van ‘uit het oog uit het hart’ is een sok op de vloer net zo prominent in ons bewustzijn als, ik noem maar wat, de politieke situatie in Vladivostok.

Dit geldt niet alleen voor sokken. Ook tijdschriften, bierflesjes, onuitgepakte koffers, borden, bestek… het maakt niet uit, zo lang het op de grond staat zien wij man-itus patiënten het niet.

Het helpt ook niet als een man-itus patiënt struikelt over iets wat op de grond staat. In plaats van te registreren wat er ligt, schuiven we het voorwerp met de voet, zonder oogcontact te maken, naar een plek waar de kans op struikelen minder groot is.

Man-itus is een gevolg van de menselijke evolutie. In de oertijd, een periode waarin grote harige beesten met scherpe tanden elk moment vanuit elke kant aan konden vallen, was het een kwestie van ‘overleven van de best aangepaste’. Niet ‘overleven van de netste’. Daar komt bij dat sokken nog maar een relatief jonge uitvinding zijn. Ook nu levert het opruimen van sokken minder evolutionair voordeel op dan het kijken naar grote harige monsters met tanden op een groot HD TV scherm.

Even terug naar de dames die op dit moment schamper met hun ogen rollen en een nog scherper mes zoeken dan ze voor het lezen van bovenstaande hadden uitgekozen. Nogmaals: het is geen onwil. Wij begrijpen ook wel dat het veel efficiënter is om sokken meteen in de wasmand te gooien. Wij willen ook best door een huis lopen waar we minder vaak blindelings bierflesjes uit de weg moeten schuiven.

Maar tegelijkertijd weten we dat we maar één harig beest met grote tanden over het hoofd hoeven zien, en we horen er voorlopig het einde niet meer van. Dan zijn die sokken opeens niet meer zo belangrijk. Dan hadden we beter om ons heen moeten kijken in plaats van naar de vloer, speurend naar wasgoed. Nee, dames, daar trappen wij niet in. Wij zijn niet achterlijk. We hebben man-itus. En dat is voor jullie en onze veiligheid maar goed ook.

Het kerstverhaal van Knager en Ekster (2, slot)

December 26, 2009 By: Harry Category: Weekend, fictie

Reading time: 3 – 5 minutes

Dit is het vervolg op het verhaal van gisteren

Knager zag van onder de jas niet waar ze heen gingen. Na een tijdje haalde het meisje hem onder haar jas vandaan en werd hij in een houten kist gezet. Hij keek om zich heen. Hij zat gevangen!

‘We laten hem toch wel weer vrij als hij beter is he?’ vroeg het mensenmeisje.

‘Lotte, we hebben al zo weinig te eten… Dat kan toch niet?’ zei het grote mens.

‘Waarom mocht ik hem dan meenemen?’

Het grote mens zei niets en zuchtte alleen. Snel liep hij de kamer uit. Het meisje bleef nog even bij Knager en aaide hem. Eigenlijk voelde dat best prettig en het was hier ook lekker warm. Misschien zou het allemaal nog meevallen, al hoopte hij dat hij snel weg mocht om naar het grote dierenfeest te gaan. En toen ook het meisje weg was zat Knager alleen te wachten.

‘Pssst! Knager!’ riep iemand. Ekster zat op de rand van het kistje. ‘Gaat het?’

‘Alleen een zere poot. Maar het meisje is best lief. En volgens het grote mens kan ik niet blijven dus ze zullen me zo wel laten gaan.’

Ekster schudde zijn hoofd alsof hij heel dom was.

‘Oh oh oh, Knager, wat leren ze je toch op school… De mensen willen je opeten!’

‘Nee!’ riep Knager.

‘Nou en of,’ zei Ekster. ‘Je moet hier weg.’

‘Hoe dan?’ zei Knager.

‘Ik heb wel een idee. Wacht hier.’ En weg was Ekster weer.

Op dat moment kwam het grote mens de kamer weer binnen, met achter hem het meisje dat heel hard huilde.

‘Dat mag je niet doen! Dat mag niet!’ riep het meisje. Het grote mens keek naar zijn dochter en toen naar Knager.

‘Lotte, we hebben geen geld en geen eten… Wat moeten we dan eten met kerst?’

‘Ik heb liever honger!’

‘Lotte, wacht maar in de kamer. Ik moet dit doen.’ Knager zag dat de mens een groot glimmend ding met een scherpe rand zijn hand had. Het meisje ging huilend de kamer uit. De grote man kwam dichter bij. Het glanzende ding hield hij stevig vast en Knager begon te beven van angst. Hij deed zijn ogen dicht en wachtte op het einde. Maar er gebeurde niets. Hij deed zijn ogen weer open en zag dat er water uit de ogen van de mens liep. Hij snapte er niets van. Opeens werd hij opgepakt.

‘Lotte!’ riep de man.

Het meisje kwam binnen.

‘Laat hem maar weer gaan.’

Het meisje omhelsde haar vader. En voor hij het wist stond knager weer in de sneeuw. Hij was niet ver van de plek waar hij was gevangen dus kon hij de weg makkelijk weer vinden. Ekster zag hij nergens. Hij kon alleen maar weer op weg gaan en hoopte dat Ekster hem daar zou vinden.

Zo liep hij verder door de sneeuw tot hij opeens achter hem hoorde roepen.

‘Knager! Je leeft nog!’ Het was Ekster.

‘Ja, ik mocht zo maar weg!’

‘Oh? Waarom?’

‘Weet ik niet.’

‘Dan spijt het me wat ik heb gedaan,’ zei Ekster met een kleur.

‘Wat dan?’

‘Ik ben mijn zware harde glansding gaan halen, met die steen er aan. Die heb ik naar het hoofd van de mens gegooid. Toen hij over zijn bult wreef ging ik in je kistje kijken maar je was weg. Ik dacht dat je al opgegeten was. Maar ze waren kennelijk niet zo vreselijk gemeen.’

‘Nee. Dat meisje was best lief. En die grote had raar water in zijn ogen.’

De ekster moest dat even verwerken.

‘Nou, het is ook maar vreemd volk,’ zei hij. ‘Nadat ik dat glansding op zijn kop had gegooid begon die grote mens opeens te lachen en te zingen. “Een diamant! Een diamant!” riep hij. En hij zei iets over nooit meer honger hebben. Nou, ik heb het geprobeerd, maar glansdingen kan je niet eten.’

Knager knikte. Ze kwamen aan op de grote open plek waar de andere dieren al wachtten. Ze vertelden over hun avonturen terwijl ze zich tegoed deden aan beukennootjes en eikelpasteitjes en allerlei andere lekkernijen. Het was een heerlijk feest.

Het kerstverhaal van Knager en Ekster (1)

December 25, 2009 By: Harry Category: Weekend, fictie

Reading time: 3 – 4 minutes

Het nu volgende kerstverhaal heb ik jaren geleden geschreven als kort feuilleton voor een krant. Deel 2 (slot) verschijnt morgen. Vrolijk Kerstfeest!

Hij had behoorlijk grote tanden. Zelfs voor een konijn. Vandaar dat zijn vrienden en familie (hij had heel veel broertjes en zusjes) hem Knager noemden. Knager had een mooie bruine vacht met witte spikkels en was geboren in een heel comfortabel holletje onder een Eikenboom. Daar woonde hij nog steeds. Juist in de winter was het daar heerlijk warm en gezellig, en er was altijd wel bezoek dus Knager was nooit alleen.

Buiten werd het iedere dag een beetje eerder donker en Knager wist dat de Grote Dag snel zou komen. Ieder jaar ging hij samen met zijn familie en de andere bosbewoners op weg naar de open plek aan de andere kant van het woud. Daar brachten alle dieren de kortste dag van het jaar samen door en ze deelden hun eten.

De ouders van Knager waren al op weg, samen met zijn jongere broertjes en zusjes. Knager zou samen met zijn vriend, de Ekster, op weg gaan naar de plaats van het jaarlijkse feestmaal.

‘Hoe is het met jou, Ekster?’ vroeg Knager.

‘Hmmm hmmm mmm hmmm’ zei Ekster. Hij had iets in zijn mond. Het was glimmend en glanzend. Het was rond met een soort doorzichtige steen er op die zo te zien heel erg hard was. Zoals altijd had hij weer iets gevonden. Ekster had hem ooit eens zijn verzameling laten zien. Het was inmiddels al een hele berg met glansdingen. Knager had hem gevraagd waarom hij dat allemaal bij elkaar zocht. Ekster had zijn vleugels opgehaald. ‘Dat komt nog wel eens van pas.’

Ekster en Knager gingen op weg. Het had flink gesneeuwd en daardoor was het niet moeilijk om de weg naar de feestplek te vinden. De sporen van de andere dieren waren goed te zien. Knager zag vossenpootjes naast hertenvoeten en dassennagels in de sneeuw, die allemaal dezelfde kant op liepen. Ekster fladderde boven zijn hoofd en had soms moeite om het glansding in zijn mond te houden als hij probeerde te praten. Zo liepen ze het bospad af tot er iets vreselijks gebeurde.

‘Auw auw auw auw!’ riep Knager. Ekster liet van schrik bijna zijn glansding vallen en landde vlak naast het konijn.

‘Wat is er?’ vroeg de vogel bezorgd.

‘Mijn voet zit vast!’ zei Knager. Hij trok met zijn rechter achterpoot maar die zat vast in… Ja in wat eigenlijk? Een touw met een lus die steeds strakker aantrok hoe meer hij bewoog.

‘Niet bewegen!’ zei Ekster.

‘Dat kan ik ook niet!’ zei Knager die steeds meer pijn kreeg.

‘Ik haal hulp!’ Ekster vloog er vandoor.

‘Laat me niet alleen!’ riep Knager nog, maar weg was Ekster, en hij zat in zijn eentje in de sneeuw waar hij een klein beetje moest huilen.

Na een poosje hoorde Knager geluiden. Eerst dacht hij dat Ekster terug was met hulp, maar tot zijn grote schrik was het heel iemand anders. Een mens! En nog een! De eerste was lang en had zwart haar, ook onder zijn kin. De ander was kleiner. Een mensenmeisje, wist hij.

‘Oh Pap! Kijk daar! Wat zielig!’

Het mensenmeisje kwam dicht bij hem. Knager verstijfde van angst. Het grote mens kwam ook dichterbij en keek van heel dicht bij naar hem. Knager besefte dat mensen erg stonken.

‘Dat arme dier zit vast! We moeten hem helpen!’ zei het meisje.

Het grote mens knikte, maar Knager werd bang van de blik in zijn ogen. Die had hij ook wel eens gezien in de ogen van de vos, toen hij hem bijna te pakken had. Maar Knager kon niet vluchten. Hij werd opgepakt, losgemaakt en onder de jas van het meisje meegenomen.

(Wordt vervolgd…)


Theme Tweaker by Unreal