Schrijversblok

Ik verzin dit niet
Subscribe

Het kerstverhaal van Knager en Ekster (2, slot)

December 26, 2009 By: Harry Category: Weekend, fictie

Reading time: 3 – 5 minutes

Dit is het vervolg op het verhaal van gisteren

Knager zag van onder de jas niet waar ze heen gingen. Na een tijdje haalde het meisje hem onder haar jas vandaan en werd hij in een houten kist gezet. Hij keek om zich heen. Hij zat gevangen!

‘We laten hem toch wel weer vrij als hij beter is he?’ vroeg het mensenmeisje.

‘Lotte, we hebben al zo weinig te eten… Dat kan toch niet?’ zei het grote mens.

‘Waarom mocht ik hem dan meenemen?’

Het grote mens zei niets en zuchtte alleen. Snel liep hij de kamer uit. Het meisje bleef nog even bij Knager en aaide hem. Eigenlijk voelde dat best prettig en het was hier ook lekker warm. Misschien zou het allemaal nog meevallen, al hoopte hij dat hij snel weg mocht om naar het grote dierenfeest te gaan. En toen ook het meisje weg was zat Knager alleen te wachten.

‘Pssst! Knager!’ riep iemand. Ekster zat op de rand van het kistje. ‘Gaat het?’

‘Alleen een zere poot. Maar het meisje is best lief. En volgens het grote mens kan ik niet blijven dus ze zullen me zo wel laten gaan.’

Ekster schudde zijn hoofd alsof hij heel dom was.

‘Oh oh oh, Knager, wat leren ze je toch op school… De mensen willen je opeten!’

‘Nee!’ riep Knager.

‘Nou en of,’ zei Ekster. ‘Je moet hier weg.’

‘Hoe dan?’ zei Knager.

‘Ik heb wel een idee. Wacht hier.’ En weg was Ekster weer.

Op dat moment kwam het grote mens de kamer weer binnen, met achter hem het meisje dat heel hard huilde.

‘Dat mag je niet doen! Dat mag niet!’ riep het meisje. Het grote mens keek naar zijn dochter en toen naar Knager.

‘Lotte, we hebben geen geld en geen eten… Wat moeten we dan eten met kerst?’

‘Ik heb liever honger!’

‘Lotte, wacht maar in de kamer. Ik moet dit doen.’ Knager zag dat de mens een groot glimmend ding met een scherpe rand zijn hand had. Het meisje ging huilend de kamer uit. De grote man kwam dichter bij. Het glanzende ding hield hij stevig vast en Knager begon te beven van angst. Hij deed zijn ogen dicht en wachtte op het einde. Maar er gebeurde niets. Hij deed zijn ogen weer open en zag dat er water uit de ogen van de mens liep. Hij snapte er niets van. Opeens werd hij opgepakt.

‘Lotte!’ riep de man.

Het meisje kwam binnen.

‘Laat hem maar weer gaan.’

Het meisje omhelsde haar vader. En voor hij het wist stond knager weer in de sneeuw. Hij was niet ver van de plek waar hij was gevangen dus kon hij de weg makkelijk weer vinden. Ekster zag hij nergens. Hij kon alleen maar weer op weg gaan en hoopte dat Ekster hem daar zou vinden.

Zo liep hij verder door de sneeuw tot hij opeens achter hem hoorde roepen.

‘Knager! Je leeft nog!’ Het was Ekster.

‘Ja, ik mocht zo maar weg!’

‘Oh? Waarom?’

‘Weet ik niet.’

‘Dan spijt het me wat ik heb gedaan,’ zei Ekster met een kleur.

‘Wat dan?’

‘Ik ben mijn zware harde glansding gaan halen, met die steen er aan. Die heb ik naar het hoofd van de mens gegooid. Toen hij over zijn bult wreef ging ik in je kistje kijken maar je was weg. Ik dacht dat je al opgegeten was. Maar ze waren kennelijk niet zo vreselijk gemeen.’

‘Nee. Dat meisje was best lief. En die grote had raar water in zijn ogen.’

De ekster moest dat even verwerken.

‘Nou, het is ook maar vreemd volk,’ zei hij. ‘Nadat ik dat glansding op zijn kop had gegooid begon die grote mens opeens te lachen en te zingen. “Een diamant! Een diamant!” riep hij. En hij zei iets over nooit meer honger hebben. Nou, ik heb het geprobeerd, maar glansdingen kan je niet eten.’

Knager knikte. Ze kwamen aan op de grote open plek waar de andere dieren al wachtten. Ze vertelden over hun avonturen terwijl ze zich tegoed deden aan beukennootjes en eikelpasteitjes en allerlei andere lekkernijen. Het was een heerlijk feest.

Het kerstverhaal van Knager en Ekster (1)

December 25, 2009 By: Harry Category: Weekend, fictie

Reading time: 3 – 4 minutes

Het nu volgende kerstverhaal heb ik jaren geleden geschreven als kort feuilleton voor een krant. Deel 2 (slot) verschijnt morgen. Vrolijk Kerstfeest!

Hij had behoorlijk grote tanden. Zelfs voor een konijn. Vandaar dat zijn vrienden en familie (hij had heel veel broertjes en zusjes) hem Knager noemden. Knager had een mooie bruine vacht met witte spikkels en was geboren in een heel comfortabel holletje onder een Eikenboom. Daar woonde hij nog steeds. Juist in de winter was het daar heerlijk warm en gezellig, en er was altijd wel bezoek dus Knager was nooit alleen.

Buiten werd het iedere dag een beetje eerder donker en Knager wist dat de Grote Dag snel zou komen. Ieder jaar ging hij samen met zijn familie en de andere bosbewoners op weg naar de open plek aan de andere kant van het woud. Daar brachten alle dieren de kortste dag van het jaar samen door en ze deelden hun eten.

De ouders van Knager waren al op weg, samen met zijn jongere broertjes en zusjes. Knager zou samen met zijn vriend, de Ekster, op weg gaan naar de plaats van het jaarlijkse feestmaal.

‘Hoe is het met jou, Ekster?’ vroeg Knager.

‘Hmmm hmmm mmm hmmm’ zei Ekster. Hij had iets in zijn mond. Het was glimmend en glanzend. Het was rond met een soort doorzichtige steen er op die zo te zien heel erg hard was. Zoals altijd had hij weer iets gevonden. Ekster had hem ooit eens zijn verzameling laten zien. Het was inmiddels al een hele berg met glansdingen. Knager had hem gevraagd waarom hij dat allemaal bij elkaar zocht. Ekster had zijn vleugels opgehaald. ‘Dat komt nog wel eens van pas.’

Ekster en Knager gingen op weg. Het had flink gesneeuwd en daardoor was het niet moeilijk om de weg naar de feestplek te vinden. De sporen van de andere dieren waren goed te zien. Knager zag vossenpootjes naast hertenvoeten en dassennagels in de sneeuw, die allemaal dezelfde kant op liepen. Ekster fladderde boven zijn hoofd en had soms moeite om het glansding in zijn mond te houden als hij probeerde te praten. Zo liepen ze het bospad af tot er iets vreselijks gebeurde.

‘Auw auw auw auw!’ riep Knager. Ekster liet van schrik bijna zijn glansding vallen en landde vlak naast het konijn.

‘Wat is er?’ vroeg de vogel bezorgd.

‘Mijn voet zit vast!’ zei Knager. Hij trok met zijn rechter achterpoot maar die zat vast in… Ja in wat eigenlijk? Een touw met een lus die steeds strakker aantrok hoe meer hij bewoog.

‘Niet bewegen!’ zei Ekster.

‘Dat kan ik ook niet!’ zei Knager die steeds meer pijn kreeg.

‘Ik haal hulp!’ Ekster vloog er vandoor.

‘Laat me niet alleen!’ riep Knager nog, maar weg was Ekster, en hij zat in zijn eentje in de sneeuw waar hij een klein beetje moest huilen.

Na een poosje hoorde Knager geluiden. Eerst dacht hij dat Ekster terug was met hulp, maar tot zijn grote schrik was het heel iemand anders. Een mens! En nog een! De eerste was lang en had zwart haar, ook onder zijn kin. De ander was kleiner. Een mensenmeisje, wist hij.

‘Oh Pap! Kijk daar! Wat zielig!’

Het mensenmeisje kwam dicht bij hem. Knager verstijfde van angst. Het grote mens kwam ook dichterbij en keek van heel dicht bij naar hem. Knager besefte dat mensen erg stonken.

‘Dat arme dier zit vast! We moeten hem helpen!’ zei het meisje.

Het grote mens knikte, maar Knager werd bang van de blik in zijn ogen. Die had hij ook wel eens gezien in de ogen van de vos, toen hij hem bijna te pakken had. Maar Knager kon niet vluchten. Hij werd opgepakt, losgemaakt en onder de jas van het meisje meegenomen.

(Wordt vervolgd…)

Jingle Balls

December 21, 2009 By: Harry Category: Column

Reading time: 2 – 3 minutes

Het nu volgende verhaal is opnieuw waar gebeurd…

Ook dit jaar blijkt de kerstboom thuis toch een stuk groter dan buiten bij de verkoper. Vandaar dat mijn vriendin en ik sneeuw en gladheid trotseren om bij het dichtstbijzijnde tuincentrum een nieuwe mand te halen waar de kolos wel in past. Als we binnenkomen worden we net iets te hartelijk welkom geheten door een van de verkoopsters. Ik schat haar eind veertig, kort hip haar en ze heeft een gevaarlijk enthousiaste blik in haar ogen.

Een nieuwe mand is zo gevonden, maar mijn vriendin (normaal gesproken zo anti-kerstmis dat vergeleken met haar Scrooge de Kerstman lijkt) besluit tot mijn verbazing dat we niet genoeg kerstballen hebben. De verkoopster haalt snel een paar dozen tevoorschijn. Mooie, glanzende zilveren ballen. Ik leg uit dat we katten hebben, dus ze moeten wel onbreekbaar zijn.

“Oh dat zijn ze wel hoor…” zegt ze met een twinkel in haar ogen. “Dit zijn neppers.”
“Weet u het zeker?” zegt mijn vriendin.
“Oh ja hoor. Er staat wel op dat ze van glas zijn, maar volgens mij zijn ze dat echt niet.”
“Wat raar,” zeg ik.
“Oh, ze bedonderen je waar je bijstaat,” zegt de verkoopster. “Ik weet bijna zeker dat ze nep zijn.”

Waarop ze een bal uit de doos pakt en op de grond gooit. Met een knal spat deze uit elkaar. Mijn vriendin schrikt. Ik gil.

“Oh, toch glas,” zegt ze.

Mijn vriendin en ik staren haar verbouwereerd aan. Wij willen wat zeggen, maar kunnen geen van tweeën woorden vinden.

De ballengooister lijkt te stralen. Ze zet de doos weer weg en gaat op zoek naar anderen, die wel ‘nep’ zijn.

“Deze zijn mooi!” zegt ze. “En absoluut onbreekbaar.”

Ik neem de doos van haar aan. Ze zijn zilver, glanzend en zien er inderdaad heel mooi uit.

“Ze zijn onbreekbaar,” zegt de verkoopster nog eens. “Probeer maar!”

Ze kijkt me verhit aan. Haar ogen fonkelen. Ondanks mezelf haal ik een bal uit de doos. Ik tik er zachtjes op.

“Toe maar…” fluistert ze. “Probeer maar…”

Er is iets dwingends in haar stem. Iets hypnotisch. Zonder dat ik weet waarom laat ik de bal los. Ook deze spat in duizend scherven uiteen. Mijn vriendin schrikt. Ik gil opnieuw.

“Hm. Ook niet.” zegt de verkoopster. Ondertussen komt haar collega uit het magazijn met veger en blik.

“Dit doet ze nou elke keer,” zegt deze, waarop ze routinematig de scherven opruimt.


Theme Tweaker by Unreal