Schrijversblok

Ik verzin dit niet
Subscribe

Kaftpapier

September 10, 2009 By: Harry Category: Column

Reading time: 3 – 4 minutes

Vanaf de eerste dag in de brugklas tot het moment dat ik eindelijk met een diploma de deur uit kon, ging er geen dag voorbij dat ik niet wenste dat het schoolgebouw zou ontploffen. Of dat ik zelf een ziekte kreeg die absoluut geen ongemak veroorzaakte maar het wel onmogelijk maakte om naar school te gaan. Aangezien zowel het internationale terrorisme als de Mexicaanse griep nog niet in Nederland bestonden, was er geen ontkomen aan.

Iedere dag op de fiets, door de polder, tegen de wind in, naar leraren die me dingen wilden leren waar ik toen van overtuigd was dat ik ze nooit nodig zou hebben.

En allemachtig, wat heb ik me daarin vergist zeg.

Er gaat tegenwoordig geen dag voorbij zonder dat iemand met een panische blik mijn kantoor binnenstormt en roept: “Snel! Harry! Reken het bruto nationaal product van Bolivia uit! En we moeten er een Keynes grafiek bij hebben! Er staan levens op het spel!” En wat ben ik blij dat ik nu dankzij het eindeloos geduld van mijn wiskundeleraar (waarbij ‘eindeloos’ gelijk staat aan 22 seconden) weet hoe ik niet alleen een parabool kan tekenen, maar ook een raaklijn die de parabool maar op een punt raakt.

Er zijn natuurlijk nog talloze uitermate belangrijke en levens veranderende brokjes kennis op mij overgebracht. Allemaal zaken die van Groot Belang waren. Het maakt nu even niet uit dat de bovenstaande punten echt de enige twee feiten zijn die me zijn bijgebleven. Oh en de stelling van Pythagoras natuurlijk, maar die leer je niet op school. Die zweeft gewoon rond in de ether en hecht zich aan ieders brein om op onlogische momenten uitgesproken te worden. “A kwadraat plus B kwadraat is C kwadraat”.

Maar het belangrijkste wat ik van de middelbare school heb geleerd is het belang van Kaftpapier. Er waren momenten in de les dat ik er van overtuigd was, dat ik beter en plein publiek over de schoenen van de docent kon urineren dan met een boek aan te komen waar geen kaftpapier omheen zat. Ik herinner me die panische avonden voor de school begon (natuurlijk doe je dat de avond ervoor. Welke gek kaft zijn boeken nou in de vakantie?) tussen stapels lesboeken zat, terwijl de kat probeerde door het net afgeknipte vel kaftpapier te racen. Buiten was het donker. Binnen scheen een geel gloeilampje, en ik had het gevoel dat ik dit voor de rest van mijn leven zou moeten doen.

Dat belang van het Kaften zit er zo diep in, dat ik aan het eind van iedere zomer mezelf fysiek moet tegenhouden om niet naar de afdeling schoolspullen te lopen om rollen kaftpapier aan te schaffen. En dan wel met een cool motiefje. Niet dat vreselijke bruine spul. Dat vezelige waar je handen al droog van worden als je er alleen al naar kijkt. Nee, iets met kleuren. Maar geen afbeeldingen. Een raceauto lijkt leuk, maar is eigenlijk nog kinderachtiger dan een troetelbeertje. Het moet neutraal zijn maar toch mijn identiteit tonen. Een identiteit die perfect opgaat in de massa zonder op te vallen. Maar vooral cool.

Gelukkig heb ik die impuls ook dit jaar weer weten te onderdrukken. Ik ben immers Volwassen. Ik hoef niet meer te kaften. Ik mag gewoon iedere dag het Bruto Nationaal Product van Bolivia berekenen met Keynes grafiek. Want dat is wat wij volwassenen dagelijks doen. Leve de Havo!

De klas van ‘92 (of ‘91)

September 25, 2007 By: Harry Category: Column

Reading time: 3 – 4 minutes

Wat is de functie van een reünie? Waarom gaan mensen terug naar de plek waar ze eigenlijk nooit naar toe hadden willen gaan? Ik kan me nog levendig herinneren hoe vurig ik hoopte op een vreselijke ramp (zonder persoonlijke ongevallen) waardoor de school voor maanden dicht moest. Of op weer dat zó extreem was dat zelfs mijn ouders me niet de deur uit zouden sturen.

Sowieso is mijn Havo tijd een rare periode, waar ik eigenlijk niet zo heel veel meer van weet. Dat op zich vond ik al angstaanjagend. Toen ik even door mijn dagboek uit die tijd bladerde om te ontdekken of ik nou in ’91 of ’92 examen had gedaan (ja, erg, ik weet het) viel me op dat ik kennelijk als een soort wandelende hormoon door mijn schooltijd heb gelopen. Zo veel verliefdheid op zo veel verschillende meisjes zou ik nu echt niet overleven.

Ook zijn me weinig leraren écht bijgebleven. Geschiedenisleraar, want dat was mijn favoriete vak. Engels, want die man las geweldige verhalen voor. Economie, want met die man heb ik oorlog gehad.

Dat laatste zou je kunnen opvatten als een kleurrijke overdrijving, maar dat was het niet. Ik herinner me dat ik zijn klas in kwam en nog in de een of andere brochure las.

De leraar pakt het boekje zonder iets te zeggen af en gooit het in de prullenbak. Zonder na te denken haal ik het er weer uit, en geef de man er een tik mee op zijn hoofd. Nog voor ik mijn tafel heb bereikt hoor ik een knal. De man heeft een kopje naar mij gegooid dat nu in gruzels op de grond ligt.
“Dat ga je opruimen,” zegt hij.
“Nee,” zeg ik.
“Dan verklaar ik je de oorlog.”
De rest van de les staart hij me aan, terwijl mijn klasgenoten zich afvragen wie het eerst met de ogen zal knipperen.
Waarop ik thuis een krant op A3 formaat in elkaar plak met als kop: ‘VEILIGHEIDSRAAD VEROORDEELT [naam leraar]’ en ‘OORLOG TUSSEN HOL EN [naam leraar]’

Een week later koop ik bij een feestwinkel ‘kogelgaten’. Stickers voor op een ruit, wel te verstaan. Die ik uiteraard op zijn voorruit plak. De man hoeft de volgende dag niet eens te vragen wie het gedaan heeft. Hij komt op me af op het schoolplein en buldert “Hol! Jij blijft voortaan met je poten van mijn auto af!”.

Tijdens de reunie op zaterdag, waar ik mensen tegenkwam die écht niet veranderd waren (afgezien van dikker, ouder en kaler), was ook die beruchte economieleraar aanwezig. Uiteraard stapte ik op hem af. Hij keek me aan, lachte even en zei ‘ze laten hier ook iedereen binnen.’ Maar kennelijk had hij dat grapje die dag al honderd keer gemaakt, want erg gemeend kwam het er niet uit. Hij vroeg wat ik deed. Ik vroeg of hij nog kopjes gooide. Hij bevestigde dat. Daarna draaide hij zich om, om met een andere oud-leerling te praten. Wat best een beetje een teleurstelling was, al weet ik nog niet precies waarom.

Wat moet ik verder nog vertellen over een reünie waar je mensen ziet die je 15 jaar niet hebt gezien? Het gekke was dat het helemaal niet zo lang geleden leek. We kletsten wat bij in de gang voor een lokaal (waar niemand écht naar binnen wilde) en terwijl ik daar stond bekroop me het gevoel dat dit een tussenuur was. Maar waartussen? Ik dacht hier over na terwijl ik met een oud-klasgenote naar een deur liep. Deze stond open en was geblokkeerd door een wig. Waar ik over struikelde. Waarop de deur los schoot, en tegen me aan klapte, waardoor ik bijna tegen de directeur van de school aan viel. Dat zal me leren sentimenteel te worden.

Oh wreed lot

September 17, 2007 By: Harry Category: Column

Reading time: 2 – 3 minutes

Ouder worden is niet erg. Ik kan leven met het ‘buikje’ dat steeds duidelijker aanwezig en hoofdhaar dat steeds duidelijker afwezig is. De vreemde geluiden die ik na het eten produceer (een vreemd soort ‘hik’ die lijkt op een buitenaardse lokroep) en de niet te onderdrukken ‘kreun’ bij het bukken voor de krant zijn ook geen reden tot winterdepressies. Want met de jaren komt de rust en heel wat zaken waar ik me, pak em beet, tijdens de Havo, vreselijk druk over maakte, lijken nu irrelevante futiliteiten. (Ook zo’n voordeel: ‘irrelevante futiliteiten’ in een zin kunnen gebruiken zonder in elkaar te worden geslagen als ‘wijsneus’.) Futiliteiten zoals jeugdpuistjes. Wie maakt zich daar nou druk om als ie 34 is. Al jaren geen puistje meer gezien, zelfs.

Totdat…

Natuurlijk. Op de brug van mijn neus, een rode, lelijke pukkel in wording. Zo een die er nog nét niet helemaal is, en dus nog heel lang uitdagend aanwezig blijft. En natuurlijk gebeurt mij dat één week voordat ik naar de reunie van mijn Havo ga.

En ik zal eerlijk zijn. Toen ik in de spiegel keek zei ik niet:”Oh wreed lot! Was het niet genoeg om mijn haar dunner te maken en mijn buikomvang te laten groeien? Moet ik behalve onbehaard en overmaats ook nog eens gepukkeld mijn oud-klasgenoten onder ogen komen?”

Nee hoor.

Ik zei: “Fuck!”.

Nu even geen zelfcensuur met [lelijk woord] of zoiets. Gewoon hardop “Fuck!” en nog een paar [lelijkere woorden] er achter aan.

Want ‘rust die met de jaren komt’ is iets heel moois, maar dan moeten er geen pukkels of reunies op mijn pad komen.

Ik deed wat ieder in diezelfde situatie zou doen.

Ik kneep in de pukkel.

Iets wat uiteraard enkel tot gevolg had dat de plek roder en dikker werd, en mij waarschijnlijk nog wéken in de spiegel aan blijft staren.

Buigen doe ik echter niet. Ik ga uiteraard zaterdag 23 september terug naar mijn oude Havo. En ik zal met opgeheven hoofd door de deur stappen. Waarna ik ongetwijfeld in het volle zicht van duizend oud-leerlingen struikel over de drempel, en land in de armen van de Oud-Directeur. Samen vallen we in de schaal met hapjes. De foto’s en mobiel-filmpjes die dan genomen worden zullen nog jaren circuleren op internet en te zien zijn in meerdere uitzendingen van De Wereld Draait Door. En als ik tien jaar later tijdens de Oud en Nieuw uitzending van dat programma opnieuw mezelf door de toastjes ‘filet Americain’ zie rollen denk ik vast en zeker: ‘Jee, ik was slank en had toen nog best veel haar. Jammer van die enorme pukkel.’


Theme Tweaker by Unreal