Schrijversblok

Ik verzin dit niet
Subscribe

Moord, schreef hij

January 18, 2010 By: Harry Category: Column

Reading time: 2 – 4 minutes

Ik heb een briljant idee voor een nieuwe TV serie. Dit is ‘em. Het gouden idee waarmee ik miljoenen ga verdienen en de amusementswereld nog jaren domineer. Het is daarom van het grootste belang dat je dit idee voor je houdt. Beloof je dat? Oke, dan mag je hier alvast het script van de pilot aflevering lezen:

Scene 1

We leren onze charmante held kennen, HH Lecher, gamejournalist. Hij is door zijn neef uitgenodigd op een afgelegen landhuis, waar miljardair Gill Bates, maker van de WhyBox gameconsole, zijn nieuwe testament bekend wil maken.

LECHER: “Waarom ben ik hier? Ik heb hier toch niets te zoeken?”
NEEF: “Ik ben toch je neef?”
LECHER: “Dat wist ik tot een uur geleden zelf ook niet.”
NEEF:”Hou je nou maar gewoon aan het script.”
LECHER:”Enige kans op een romantische scene, dan?”
NEEF (verbaasd): “Met mij?”
LECHER: “Nee, nee natuurlijk niet… Hee was dat geen schot?”
NEEF: “Het was in elk geval geen Ier.”
Lecher slaat neef tegen het achterhoofd.

Scene 2

We zijn in de studeerkamer van Gill Bates. Hij zit in zijn bureastoel, dood. Hij is door het hoofd geschoten. De familie staat in de kamer. Er is een beeldschone dame, haar gemene stiefmoeder, zeven dwergen en een patrijs in een perenboom… Wacht: schrap dat. Er zijn gewoon wat familieleden die ruziën om de erfenis.

LECHER: “Raak niets aan, ik moet de zaak onderzoeken.”
FAMILIELID 1: “Waarom jij? Wat voor gezag heb jij?”
LECHER: “Ik ben gamejournalist.”
ALLE FAMILIELEDEN: “Ah natuurlijk, ja gaat uw gang.”
Lecher loopt naar het lijk.
LECHER: “Ik geloof, dat meneer Bates last heeft van…” Hij zet zijn zonnebril op “…een Red Ring Of Death…”

Muziek van The Who begint te spelen

LECHER: “Neef, dit is geen tijd voor Guitar Hero…”
NEEF: “Oh, sorry. En ik heb een naam hoor.”
LECHER: “Wat dan?”
NEEF: “Tony.”

Scene 3

Gepassioneerde liefdesscène tussen HH Lecher en Familielid 3, gespeeld door Katja Schuurman.

Scene 4

Lecher is in de keuken van het landhuis, waar hij een knoop opraapt.

LECHER: “Ik begrijp er nog niets van. Dit is heel verwarrend.”
NEEF: “Die knoop?”
LECHER: “Het plot. En ik vrees dat de dader zijn straf zal ontlopen.”
NEEF: “Ik snap nog steeds niet waarom we de politie niet bellen.”
LECHER: “We zitten toch in een verlaten landhuis?”
NEEF:” Ja, en? De telefoon doet het toch? Of je mobieltje? Of mijn mobieltje…”
Lecher slaat met zijn handpalm tegen zijn eigen voorhoofd.
LECHER: “Dat is het! Koemelk allergie!”
NEEF: “Wat????”
LECHER: “Kom mee!”

Scene 5

De familieleden zijn aanwezig in de woonkamer, en zitten in een kring. Lecher staat in het midden.

LECHER: “…en dat bewijst zonder enige twijfel dat de dader niemand minder is, dan de butler!”
FAMILIELID 5: “Er is hier geen butler.”
LECHER: “Oh nee? Dan is het familielid 3.”
FAMILIELID 3: “Ik dacht dat je van me hield?”
LECHER: “Ik ga er van uit dat er nog veel meer gastactrices in de komende afleveringen volgen.”
FAMILIELID 3: “Oké oké ik beken!”

De politie stormt de kamer binnen.

LECHER (hoofdschuddend): “Tragisch… Neem haar mee, jongens!”

NEEF: “Ik heb wel wat geleerd van dit alles.”
LECHER: “Wat dan?”
NEEF: “Ik heb een betere agent nodig.”

AFTITELING.

Het Rapport

January 13, 2010 By: Harry Category: Column, Woensdag, fictie

Reading time: 2 – 3 minutes

De premier sluit de deur van zijn kantoor achter zich. Hij knipt het licht aan, en wankelt in de richting van zijn bureau. Hij laat de lege fles die hij in zijn hand heeft in de prullenbak vallen. Zweet parelt op zijn voorhoofd. Het kost hem moeite om op de been te blijven, maar weet zonder zich al te veel stoten zijn bureaustoel te bereiken. Uit de onderste la haalt hij een nieuwe fles Jack Daniels tevoorschijn. Hij neemt een teug en zit daar een paar minuten in de relatieve stilte. Dan pakt hij de telefoon.

“Hello?” klinkt het aan de andere kant van de lijn.
“Jij zei dat we vrienden waren, George…”
“Wie is dit?”
“…dat we de broeders waren… Dat we samen de wereld zouden verbeteren!”
Het blijft even stil.
“Sorry, met wie spreek ik? Tony?”
“Jan Peter,” zegt de premier. “Balkenende,” voegt hij er na nog meer stilte aan toe.
“Ah Jan Peter… Ik hoor dat het koud is in Brussel…”
“Ik zit niet in Brussel! Dat ging verdomme ook niet door!” de premier neemt nog een teug uit de fles. “Ik zit in Nederland… Help me George…”
“Helpen? Waarmee?”
“Ik heb alles gedaan wat je zei… Ik heb je geloofd…”
“Luister, Jan Peter, we hebben het goed gedaan… Jij en ik…”
“Maar…”
“We hebben die klootzak van een Sadam te grazen genomen… Dat wilden we toch?”
“Dat was nooit de…”
“Ach kom op. Toon wat ruggegraat, Jan Peter… We wisten allebei dat er geen WMDs waren… Heeft jouw geheime dienst dat niet verteld? Ik kan niet alles voor je doen…”
“Maar het ging om politieke steun… Niet om Sadam…” Er lopen nu tranen over zijn wangen.
Aan de andere kant klinkt nu gelach. Vreugdeloos gelach.
“You are kidding me,” zegt de stem.
“Wat?” zegt de premier.
“Kom op, man… Dit is politiek… Zorgen dat je je verhaal klaar hebt. We hebben allemaal ‘toegegeven’ dat we het fout hadden… Tony en ik… Nadat we hebben gedaan wat we wilden. Dat is politiek. Weet je dat dan nog steeds niet?”
“Maar…”
“Jebt dat nu toch ook gewoon gedaan? Toegegeven dat je het fout had?”
“Nee… NEE! Ik heb onze aanpak verdedigd… Die van jou en mij… Broeders waren we!”
“Dear God… Dat meen je niet… Amateur!”
Er klinkt weer gelach… Deze keer een harde buiklach…
“Ontkend… Ontkend? Hahahahahah”

De premier laat de hoorn uit zijn handen vallen. Hij trekt zijn das los en neemt nog een slok uit de fles. Hij staart wezenloos voor zich uit.

Hoe ik verlichting vond in de Ikea

December 15, 2009 By: Harry Category: Column

Reading time: 3 – 5 minutes

Met een groot gevoel van opluchting rijd ik in de richting van Amersfoort. Want tot mijn grote vreugde weet ik wat ik voor cadeau ik voor mijn vriendin ga kopen. Dit is belangrijk. Mijn vriendin is notoir moeilijk om een kerstgeschenk voor te vinden. Vergeleken daarbij is het zoeken naar de Higgs boson een makkie: het enige wat ze daar voor nodig hebben is een deeltjesversneller van een paar miljard.

Het is om die reden dat ik daadwerkelijk vrolijk naar de Ikea rijd. Mijn vriendin had namelijk aan mij verteld wat ze wilde: een bepaald type lamp. Joechei!

Vanaf de snelweg zie ik Ikea. Even twijfel ik over de afslag. Dat had ik beter niet kunnen doen, want plots is het duidelijk dat ik wel degelijk Amersfoort Noord had moeten nemen. Dan maar bij de volgende er af. Borden wijzen richting industrieterrein. Hoe moeilijk kan dit zijn? Ik zet mijn iPhone aan als navigatie, en deze leidt mij feilloos een doodlopende straat in.

Vragen dan maar. Vrouw met hond stuurt me de snelweg weer op. Helaas de verkeerde kant op, maar dat geeft niet. Jammer alleen dat ik pas 10 kilometer verderop kan keren. Ik accepteer dit. Ik ben een man met een missie. En die missie is jouw lamp.

Volgende afslag, keren, en deze keer wel de juiste afrit. Auto parkeren, uitstappen en de trap op.

Ik kom dus op de eerste verdieping van de Ikea aan. Dit is belangrijk. Mijn auto staat op de begane grond, ik ging een trap op, en dus is dat de eerste verdieping. Hier hangen twee grote blauwe plattegronden aan de muur. De linker toont de ‘begane grond’. De rechter de ‘eerste verdieping’. Op geen enkele plategrond staat ‘u bevindt zich hier’.

Van links naar rechts kijk ik. En om me heen. Daar is de voedsel afdeling die Zweedse hapjes verkoopt. De Zweedse hapjes staan niet op de kaart. Lampen wel. Die zijn op de begane grond. Maar daar staat mijn auto.

Het is interessant om vast te stellen wanneer het menselijk brein het opgeeft. Bij mij is dat precies het moment dat ik tegen de plattegronden begin te roepen:

“Waar zijn de lampen? Waar ben ik? Waarom staat nergens waar ik ben?”

Niemand geeft antwoord. Het kleine stukje ratio in mijn brein dat nog functioneert stelt vast dat de andere mensen om me heen niet reageren. Ze schrikken niet eens.

Ik zie een vrouw op de voedselafdeling die Zweedse peperkoek huisjes in een Zweedse stelling stapelt. Ze heeft een Ikea uniform. De nu volgende dialoog is geen kleurrijke overdrijving:

“Waar ben ik?” vraag ik haar, met een panische trilling in mijn stem.
“U bent bij de uitgang,” zegt ze verbaasd.
“U helpt me hier niet mee,” zeg ik.
“Waar wilt u dan zijn?” vraagt ze.
“Ik zoek de verlichting,” zeg ik, terwijl ik probeer niet te roepen.
“Dan moet u naar de begane grond,” zegt ze.
“Dat weet ik! Waar is dat!?”
“Dan moet u de trap op.”
“Maar dat is de tweede verdieping.”
“Nee dat is de eerste verdieping. Dit is de begane grond.”
“Waarom moet ik dan de trap op?”
“U moet gewoon de trap op en de borden volgen naar het restaurant op de eerste verdieping…”
“…die op de tweede verdieping is…”
“Nee dat is nog steeds de eerste verdieping. Van daar neemt u de trap naar beneden naar de begane grond.”
“Wat hier is?”
“Nee dit is de uitgang… De verlichting is op de begane grond. Die bereikt u via de eerste verdieping, waarvoor u de trap op moet en dan weer af.”

Ze lijkt verbijsterd dat ik dit zo ingewikkeld vind. Ik besluit maar niet meer te protesteren. Niemand heeft ooit verlichting gevonden door een metafysisch debat te voeren met een Ikea medewerkster. Ik ga dus naar boven, volg de borden, daal de trap af en bevind me op de begane grond. Die overduidelijk echt op de eerste verdieping is. En vind De Lamp. Het Cadeau.

Verlichting.


Theme Tweaker by Unreal