Schrijversblok

Ik verzin dit niet
Subscribe

Soms wou ik dat ik wat was

March 03, 2010 By: Harry Category: Column, Woensdag

Reading time: 2 – 2 minutes

Vanmorgen hoorde ik  op de radio iemand zeggen: “Er zijn drie soorten mensen. Zij die Welsh zijn, zij die dat zouden willen zijn, en mensen zonder ambitie”. Je moet echt een ijzeren vastgeroeste kaak hebben als je daar niet welgemeend om moet glimlachen. De uitspraak stuiterde de rest van de morgen door mijn hoofd en ik probeerde een manier te bedenken waarop hij ook op mij van toepassing zou kunnen zijn, als ik ‘Welsh’ door iets anders zou vervangen. Maar de harde waarheid liet zich niet ontkennen: ik ben niets.

Ik ben geboren in Papendrecht, Zuid-Holland, maar verhuisde op mijn derde naar Sliedrecht. Voor ik me dus ergens van bewust kon zijn, was ik al ‘import’.  Ik kreeg nooit echt een band met het dorpje, laat staan met de provincie Zuid-Holland. Door mijn studie kwam ik via omzwervingen terecht in Overijssel, een provincie die ik voorheen steevast vergat als iemand me vroeg om ze alle twaalf op te noemen.

Ik heb ook geen mooie exotische wortels. Geen voorouders in Italie of Marokko of de Balkan. Mijn vader kwam uit Utrecht en mijn moeder uit Amsterdam. Mijn genen zijn dus zo’n beetje de meest gemiddelde die je je voor kan stellen. Mijn uitspraak van het Nederlands is dan ook heel erg ABN, met uitzondering van de rollende ‘R’ die ik nog steeds alleen per ongeluk uitspreek.

Wat dat betreft heeft mijn vriendin het beter. Zij komt uit Friesland, het Nederlandse Wales. Friesland is net zo exotisch als Wales ook niet is. En heeft ook een taal die de rest van het land onbegrijpelijk vindt.

Zo bekeken kan eigenlijk alleen een Fries zeggen: “Er zijn drie soorten mensen. Zij die Fries zijn, zij die dat zouden willen zijn, en mensen zonder ambitie”. En misschien zeggen ze dat ook, maar niemand kan ze verstaan.

Ik besef dat dat niet zo aardig van me is om te zeggen. Maar dat is die pijn in mijn hart. Dat ik niets ben.

Apestaartje

July 22, 2009 By: Harry Category: Column

Reading time: 2 – 2 minutes

We lopen door Amsterdam in de richting van de Zeedijk en passeren een jonge vrouw die mobiel belt. Op luide toon, maar met een oh zo geduldige stem.

“…de Y. Nee niet de IJ. Niet met puntjes… Niet met puntjes… De Griekse Y. De Y. Nee niet met puntjes. De Y. Ja, de Y. En dan het Apestaartje. Apestaartje. Nee, mam. Apestaartje. Nee, niet het woord Apestaartje.

Het Apestaartje. Nee mam. Nee het maakt niet uit hoe je dat schrijft. Nee dat maakt… Dat maakt niet uit… Ja het is met en A maar dat maakt…

Nee mam, gewoon het Apestaartje. Op je toetsenbord… Het is een A met een rondje er omheen… Een rondje… Een A met een rondje er omheen. Het Apestaartje…

Ja eerst de Y. Zonder puntjes. En dan het Apestaartje. Een A met een rondje… Een rondje… Om de A… Ik geloof boven de ‘1’… Control en 1. Control… Control… Dat is een toets. En dan de ‘1’. Tegelijk… Dan krijg je een Apenstaartje…

Doet het niet? Je moet ze tegelijk… Nee… tegelijk… Control en 1… Nee? Nou kijk even goed… Ja? Okay… Y, dan Apestaartje. Dan Hotmail…

Hotmail… Een H… Een O… een T… dan Mail… Gewoon Mail. Van E-mail… Nee niet bakmeel… Met A I. Dan een L. En dan punt…

De punt… De punt… Gewoon de punt… Rechtsonder geloof ik… De punt… Ja. Com. Met een C. Nee mam… Ja. Met een C… Een O… Een M… Ja… lees het effe terug…

Apestaartje… Ja… Punt… Com… Ja… En dan naar beneden… Voor het bericht… Ja…”

Het duurt geruime tijd voor we buiten gehoorsbereik zijn. Ik heb al tijden geen moeite meer gedaan om mijn lachen in te houden. Mijn vriendin kijkt me dan serieus aan. “Wel knap dat ze zo geduldig is. Jij was al lang ontploft aan de telefoon.”

Ik wil haar tegenspreken maar bedenk me.

“Ja,” geef ik toe.

Soms vang je dingen op

September 18, 2007 By: Harry Category: Column

Reading time: 3 – 4 minutes

Ik zit in een café in Amsterdam achter een kop koffie en een flink stuk appeltaart. Ja, ik weet hoe je uit de band moet springen. Ik heb net een persconferentie achter de rug en neem nog even wat notities door voor ik naar de trein loop. Een tafeltje verder zitten een jongen en een meisje overduidelijk verliefd op elkaar te wezen. Tegenover hen zit een wat slungelige jongen. Het vijfde wiel aan de wagen.
Het meisje verontschuldigt zich na een paar minuten en gaat (uiteraard niet zonder haar vriendje hartstochtelijk met veel tong te zoenen) het trapje af naar de wc. De slungel kijkt wat gegeneerd de andere kant op.
“Joh, jij vindt ook wel iemand,” zegt ‘Romeo’ op een vaderlijke toon. Hij kan niet ouder zijn dan zestien. De slungel zelfs jonger.
“Oh dat hoeft niet hoor,” liegt hij. De ander lacht minzaam
“Ik weet hoe het is, hoor. Toen ik nog vrijgezel was, dacht ik ook dat ik dat altijd zou blijven.”
Nu wordt de slungel zichtbaar boos.
“Man, hou op. Ik ben echt niet wanhopig of zo.”
“Oh maar dat zeg ik ook niet.”
“Nou, daar lijkt het wel op.”
“Rustig, broertje. Je windt je er wel erg over op.”
“Ach hou je kop.”
Het valt even stil. Ik kijk weer naar mijn notities. Koffie is bijna op. De taart al lang.
“Ik ben gewoon gehecht aan mijn vrijheid,” zegt ‘broertje’.
“Ja, ja,” zegt Grote Broer schamper.
“Ja! Als ik zie hoe veel tijd jij kwijt bent aan Esther…”
Hier moet Grote Broer om lachen.
“Ik geloof niet dat je het helemaal begrijpt…” zegt hij.
“Nou, ik weet anders wel dat je al tijden niet meer in Het Biervat komt. En Maarten en Edwin heb je ook al drie weken niet meer gezien.”
“Jemig man. Hou je een dagboek bij of zo.”
De slungel kijkt betrapt en bijt op zijn onderlip. Grote Broer zucht.
“Het lijkt wel of je niks anders meer doet,” zegt Slungel uiteindelijk.
“Joh, dat is nou eenmaal hoe het gaat. Esther en ik zijn gewoon erg graag samen. Ze is hartstikke leuk. Vind je niet dan?”
Zelfs van waar ik zit, zie ik dat de slungel een kleur krijgt.
“Daar gaat het niet om,” zegt hij.
“Nou, zeur dan niet.”
“Ik zeur niet,” zegt de Slungel. En dan komt het er uit. Alsof het moeite kost om de woorden te spreken: “Sommige mensen denken dat je niet meer met anderen uit mag van Esther.”
“Waar slaat dat nou op! Jezus, man,” zegt Grote Broer. De opmerking van zijn broertje heeft hem duidelijk geraakt.
“Ik doe echt wel waar ik zelf zin in heb hoor. Ik ga uit met wie ik wil.”
“Laat nou maar.”
“Jezus. Waar háál je het vandaan. Als ik met iemand anders uit wil dan doe ik dat. Daar heeft Esther niks over te zeggen. Ze is mijn cipier niet.”
Alsof het door een slechte soap schrijver is bedacht, blijkt Esther precies op dat moment achter haar vriendje te staan.
“Ik ben je cipier niet?” zegt ze met de ijskoude stem die alleen gekwetste vriendinnetjes kunnen gebruiken.
De slungel krijgt een nog diepere kleur en kijkt van het meisje naar zijn broer. Deze verschiet op zijn beurt en begint te stamelen dat hij het zo niet bedoelde en meer van die dingen die het alleen maar erger maken. Esther pakt zonder verder iets te zeggen haar erg roze handtasje en loopt het café uit. Haar (misschien nu ex-) vriendje rent achter haar aan en laat zijn broertje achter met de rekening.
En terwijl ik mijn eigen koffie en gebak afreken besef ik dat ik Goddank geen zestien meer ben.


Theme Tweaker by Unreal