Schrijversblok

Iedere werkdag!

Het belang van schansspringen

Written By: Harry Hol - Dec• 26•11

Ik kijk bar weinig sport. Hoewel ik best bewondering heb voor sportieve prestaties, maakt het me simpelweg niet uit welk team wint. Deze levenshouding (ik noem het ‘geestelijk gezond’) schijnt sommige mensen tot op het bot te schokken. Zij vinden het om mij onduidelijke redenen van levensbelang om ‘voor’ Ajax te zijn en dus ‘tegen’ Feijenoord, afhankelijk van waar je vandaan komt. Ik kom uit Sliedrecht, waardoor ik op jonge leeftijd dacht te zijn vrijgesteld van keuzes. Tot ik van mijn klasgenoten hoorde dat ik ‘voor Feijenoord’ moest zijn. Rotterdam was immers dichterbij.

Ik probeer af en toe nog wel eens ESPN aan te zetten om American Football te volgen. Het voordeel daarvan is dat niemand van me verwacht dat ik een voorkeur heb voor een bepaald team. Technisch gesproken zijn de New York Jets dichterbij dan de Texas Rangers, maar hoeveel mensen gaan dit werkelijk op Wikipedia uitzoeken?

American Football is objectief zeker niet leuker is om te kijken dan ons voetbal. Het kost zelfs meer inspanning, want door het grote aantal onderbrekingen (met reclame) moet je behoorlijk wat ritalin slikken om halverwege nog te weten wie tegen wie speelt. Niet dat dat wat uitmaakt, maar toch.

Eén sport vind ik echter onmisbaar. Schansspringen. Aangezien we het einde van het jaar naderen, komt ook die traditionele sportuitzending dichterbij. Schansspringen is een geweldige sport met een aantal voordelen boven alle andere sporten.

1) Er zijn geen teams. Dit is geweldig, want teams zijn toch fundamenteel oplichterij. Iemand kan jarenlang voor het ene team spelen en daar de held zijn, om vervolgens na een ‘transfer’ in het strijdperk te treden voor voorheen de concurrent. Nee, schansspringen is individueel. En er zijn ook geen Nederlanders om ‘voor’ te moeten zijn. Het zijn allemaal anonieme springers uit andere landen waar ik geen enkele emotionele band mee heb.

2) Er zijn geen punten die door scheidsrechters om esoterische redenen worden afgekeurd. Er is bij mijn weten ook nog nooit een schansspringer buitenspel geweest. Wie het verst komt heeft gewonnen. Feitelijk kun je het overgrote deel van het scherm afplakken zodat alleen de afstand in beeld is, en je weet precies wat er gaande is.

2b) Het is ab-so-luut niet nodig om te weten wat er gaande is. Ik zou zelfs met een pistool op mijn hoofd geen winnaar kunnen noemen van wat voor springtoernooi dan ook. En zo wil ik het houden.

3) Het is een sport die je daarom per definitie kijkt als je volslagen brak bent. Ik heb wel eens gehoord dat het twee uur duurt om een glas alcohol in je lichaam af te breken. Volgens die berekening ben ik traditioneel op nieuwjaarsdag nog niet wettelijk bevoegd om auto te rijden, en fysiek is de enige inspanning die ik kan leveren die van het aanzetten van een televisie, het verlagen van het volume en me inbeelden dat ik meevlieg met de moedige springers op tv. Als beloning voor mijn meeleven met al die geslaagde vluchten mag ik bij iedere landing een oliebol.

Schansspringen is mijn mentale screensaver voor het begin van het jaar. Een ‘tijdelijk buiten gebruik’ bordje voor mijn brein, terwijl ik probeer in het reine te komen met het besef dat ik bijna 39 ben.

Schansspringen is de beste sport die er bestaat.

Lord of the dance

Written By: Harry Hol - Sep• 26•11

Ik ben op uitnodiging van gamebedrijf Gamania in Taiwan (Voorheen Formoza, tweeëntwintig miljoen inwoners, voor de kust van China). Het bedrijf wil mij (en een heleboel andere journalisten) wat van hun nieuwe producten laten zien, en ze doen er alles aan om onze ervaring zo plezierig mogelijk te maken. Zo is er op de tweede avond een feest ter ere van de pers. Een feest betekent voor mij meestal twee dingen: ongemakkelijk op een stoel zitten en hopen dat niemand me dwingt te dansen. Ik dans niet. Mijn lichaam is niet gebouwd om te dansen. Tijdens mijn theaterschool opleiding was dit al een grote frustratie van zowel mij als de docent. Als iedereen een pas naar links zette, klapte ik in mijn handen. Bij een sprong viel ik. Bij iedere vorm van rithmisch bewegen was er altijd tenminste een aanwezige die zich afvroeg of ik geen dokter nodig had. En een paar sprongen later was dat dan ook letterlijk het geval. Ik heb de littekens nog op mijn voet van de hechtingen. Nee, vraag me niet hoe ik dat voor elkaar kreeg.

Maar ik dwaal af. Taiwan. Feest. Ik sta wat onwennig en praat met een Zweedse collega als een Chinese dame in een chique jurk (blijkbaar de presentatrice) ons bij de arm neemt en het podium op manoeuvreert, waar al een paar anderen net zo verward als ik staan te wachten. Een eerste alarmbel in mijn achterhoofd rinkelt, al weet ik nog niet precies waarom. Het lijkt of dat kleine stemmetje me ergens op wil wijzen, maar op dit moment ben ik nog overweldigd door het feit dat ik door een grote groep dronken journalisten wordt toegejuicht.

Ik vraag aan mijn collega naast me of hij weet wat er aan de hand is. Hij schudt nee en kijkt net als ik enigszins verbouwereerd naar de menigte voor ons. Het alarmbelletje rinkelt nu weer. Opnieuw weet ik niet waarom.

De Chinese vrouw praat in (hoe kan het ook anders) Chinees en zeker de helft van het publiek blijkt precies te begrijpen wat er gaat gebeuren. Het is pas op dat moment dat ik de pullen bier zie, van zeker een halve liter. Een meisje in een kort glitterjurkje duwt ons allemaal een pul in de hand en vervolgens begint het aftellen.

“Is dit wat ik denk dat het is?” vraag ik nog. Maar het is al overduidelijk. Als de aftellers ‘nul’ roepen, doe ik maar wat iedereen doet: de bierpul zo snel mogelijk leegdrinken. Terwijl ik drink (en mijn lichaam hevig protesteert tegen dit ongebruikelijke gedrag) realiseer ik me dat dit mijn eerste drankje van de avond is en dat ik sinds de middag nog niet heb gegeten. Toch is er iets in mij dat wil winnen.

Ik word vijfde en krijg een muismat als troostprijs. Deze neem ik enigszins wankel in ontvangst, en probeer op een rijtje te krijgen wat er net is gebeurd. Veel tijd heb ik niet, want het meisje met de glitterjurk blijkt er een van velen te zijn, die nu tegelijkertijd beginnen te dansen. Blijkbaar zijn ze ingehuurd om de notoir schuwe gamejournalisten tot dansen te manen, en ze trekken een aantal jongens de vloer op. Voor ik kan protesteren sta ik er ook tussen en ik (of het bier) besluit dat dit toch Ver Weg is en ik dan maar mee moet dansen.

Na enige minuten (en opnieuw een onverklaarbaar gevoel van gevaar) zie ik dat de meisjes nu twee van mijn dansende collega’s vastgrijpen en hun t-shirt uittrekken. Dansen is één ding, maar ik zie nu toch voldoende reden om me te verstoppen. Vóór ik een tafel kan vinden waar ik onder kan kruipen heeft een van de danseressen mij echter te pakken, en ik word opnieuw het podium op getrokken. Daar word ik van mijn t-shirt ontdaan. Daar sta ik: naast twee twintigers met sixpacks en tatoeages, met mijn middelbare buik. En er is geen ontkomen aan. Dansen, dansen, dansen.

Het is op dat moment dat het stemmetje in mijn achterhoofd eindelijk duidelijk maakt waarom hij zo’n kabaal maakt. Camera’s. Hele grote Camera’s. Als ik eindelijk de dans kan ontspringen, en mijn shirt weer aan heb, komt er iemand op me af:

“Geweldig man! En ze gaan het uitzenden!”
“Wat bedoel je?”
“Die camera’s! Die zijn van de Taiwanese televisie!”
“Je bedoelt…?”
“Ja!”

Taiwan heeft tweeëntwintig miljoen inwoners. Een groot deel ervan weet nu wat ik al jaren volhoud. Ik dans niet. Ik stuiptrek.

Ik ben in Taiwan

Written By: Harry Hol - Sep• 07•11

Ok, deze keer heb ik een goed excuus voor het overslaan van mijn updates. Ik zit op dit moment (nu, zelfs, terwijl ik dit schrijf) in Taiwan voor een opdracht. Volg mij op Twitter als je wil, ik ben maandag weer terug.

De derde optie

Written By: Harry Hol - Aug• 30•11

Ik loop door de supermarkt. Ja, ik besef dat ik vrij veel columns begin met ‘ik loop door de supermarkt’. Dat is nu eenmaal iets wat ik regelmatig doe. Ik zou ook liever schrijven ‘ik loop door Manhattan’ maar daarop is de kans op dit moment niet zo groot.

Dit in tegenstelling overigens tot een column die begint met ‘ik loop door Taipei, de hoofdstad van Taiwan’, want daar ga ik volgende week naar toe. Dit even terzijde en daar kom ik later nog op terug.

Want helaas loop ik op dit moment, aan het begin van deze column, nog gewoon door een supermarkt in Kampen. Zoals dat wel vaker voorkomt in een supermarkt, sla ik links af. Er zijn nogal wat paden om links- of rechtsaf te slaan. Niet dat de specifieke richting er op dit moment toe doet, maar ik wil even een plaatje schetsen. Supermarkt. Gangpad. Linksaf.

En als ik zo, nietsvermoedend, linksaf sla met het mandje aan mijn arm… Nee dat mandje is niet belangrijk maar hoort gewoon bij het plaatje. Wat er in zit? Ja nou probeer je me expres van het pad af te brengen. Maar goed, als je die informatie echt nodig hebt: een pak melk, een zak Lays ribbelchips Paprika (de beste chips ooit) en de ingrediënten voor een lasagna.

Oke ik zal eerlijk zijn, het zijn niet de ingredienten van Lasagna, maar van Chili con Carne. Ik had alleen geen zin om op te zoeken hoe je Chili con Carne schrijft, en dus koos ik voor het eenvoudiger en qua bereidingstijd vergelijkbare Lasagna. En nu ik toch helemaal eerlijk ben, het is geen Chili con Carne, want con Carne betekent ‘met vlees’. Mijn vriendin is vergetarier, dus dan wordt het geen con maar sin Carne: zonder vlees.

He dit loopt vreselijk uit de hand. Allemaal irrelevante informatie. Irrelevant! Ik loop gewoon door de supermarkt met het mandje aan mijn arm, gevuld met een pak melk, Lays Ribbelchips Paprika (de beste chips ooit) en de ingrediënten voor Chili sin Carne.

Een jongetje komt me tegemoet rennen. Niet dat hij mij zoekt, ik sta toevallig op een plek waar hij langs wil. Het jongetje, niet ouder dan acht, rent alsof zijn leven er van af hangt. De kans dat dit werkelijk zo is schat ik niet hoog in. Hij is blijkbaar van mening dat ieder moment dat je op achtjarige leeftijd lopend aflegt in plaats van rennend, een verspild moment is.

Hij ziet mij. Hij heeft op dit moment volgens mij een tweetal opties.

1) Hij ontwijkt mij.
2) Hij stopt

Zelfs in deze fractie van een seconde ben ik bewust benieuwd welke keuze hij maakt. Het jongetje kiest echter voor optie 3:

Hij blijft rennen. Hij heft zijn arm zodat hij daarmee zijn gezicht bedekt, en roept vervolgens ‘NEEEEEEEEEE!!!!!!!’

Ik sta perplex en stap zonder het eigenlijk zelf te willen opzij. Niet omdat ik bang ben dat een botsing met een achtjarige mij (of hem) schade kan berokkenen, maar puur omdat ik niet kan geloven dat deze optie 3 bestaat.

Het is wel een openbaring. En ik vraag me af of ik dit als man van achtendertig ook kan doen: door een supermarkt op een man met een boodschappenmandje vol chips en melk en chili ingrediënten afrennen en gewoon heel hard ‘NEEEEEEE!’ roepen.

Ik ga het zeker eens proberen.

Waar is het Fa meisje als je haar nodig hebt?

Written By: Harry Hol - Aug• 24•11

Als ik de woorden ‘Christelijk’ en ‘actiegroep’ in één zin hoor, krijg ik in eerste instantie beelden voor mijn geestesoog van veel te blije EO jongeren die er tijdens hun jongerendag op staan dat mensen niet dringen in de rij voor het limonade standje. Als het tenminste niet te veel gevraagd is, want, je weet wel, Jezus zou nooit dringen bij een limonade standje.

En dat is prima. Alsjeblieft, Christelijke actiegroepen, blijf in je eigen cirkel van aandacht en voel je vrij om elkaar ervan te overtuigen dat Jezus heus ook wel limonade zou kunnen vermenigvuldigen als hij dat echt zou willen.

Maar gezien de blijkbaar onuitroeibare ‘Vloeken is aangeleerd’ posters is er een redelijk rijke subgroep die het nodig vind om de rest van de mensheid aan te spreken. En zo lang ze dat doen met posters is er ook nog steeds niet zo veel aan de hand. Ik heb het inmiddels tot mijn missie gemaakt om posters met de tekst

‘Vloeken is aangeleerd’

te voorzien van het olijke en pakkende onderschrift:

‘Dit In Tegenstelling Tot Religie, Aangezien Ieder Mens Immers Wordt Geboren Met Kennis Van De Volledige Inhoud Van Het Oude En Het Nieuwe Testament, Waarbij Katholieken Een Paar Boeken Meer Kennen Dan Protestanten Omdat Zij Minder Boeken Apocrief Noemen.’

Pakkend, nietwaar? Ja, je bent schrijver of je bent het niet.

Maar als Religieuze Actiegroepen zich met TV reclames gaan bemoeien, dan gaan ze wat mij betreft een stap te ver.

Het nieuwste doelwit van een Christelijke Actiegroep is namelijk de Axe reclames, waarbij een aantal meiden op het strand bijna hun borsten laten zien. Vooral de posters waarin een meisje bijna haar borsten laat zien, zien deze actievoerders als aanstootgevend.

Nu ben ik het op een aantal vlakken wel met ze eens. Ook ik vind de Axe reclames aanstootgevend, maar vooral omdat ze me doen denken aan betere tijden.

Wie ouder is dan dertig kan zich ongetwijfeld het Fa meisje herinneren, dat in slow-motion geheel topless door de branding rende in de richting van de camera. Hier was geen sprake van ‘bijna’. Dit liet helemaal niets aan de verbeelding over. En dit was geen reclame die na tienen werd uitgezonden. Dit was een reclame die prima in een zwevend reclameblok zo ergens in de middag voorbij kon komen rennen. In slow motion. Met echte borsten!

Het Fa meisje, dat nog steeds regelmatig figureert in mijn dromen (behalve als mijn vriendin dit leest, uiteraard, in dat geval is deze column een schalkse mengeling van feit en fictie) heeft in de jaren tachtig niemand kwaad gedaan. Ze is enkel verantwoordelijk voor mijn religieuze overtuiging dat Fa het beste douche-schuim ooit is.

Niet zo met Axe, waarbij ik vermoed dat het reclamebureau dat verantwoordelijk is voor het bijna laten zien van borsten, al rekening hield met potentiële Christelijke protesten.

Als deze Christelijke Acties tegen Axe slagen, is dat een slag in het gezicht van al die pubers die dromen van de dag dat ze werkelijk borsten zien op tv (in plaats van op hun computerscherm). Ik roep daarom op tot een groot protest tegen deze Christelijke Anti Axe actie. Mannen, laat van je horen! Vrouwen, toon uw borsten! Nu het nog kan!

Theme Tweaker by Unreal