De hel is een wafelijzer

Ik stel me voor dat mijn persoonlijke hel bestaat uit een huis, precies zoals waar ik nu in woon, waar ik uit moet om een belangrijke afspraak te halen. Maar dat kan pas als ik mijn sleutels heb gevonden die ik tien minuten eerder zelf ergens heb neergelegd. En dat voor alle eeuwigheid. Iets kwijt zijn vind ik een van de ergste dingen die er bestaan.

Zondag zou ik wafels maken voor mij en mijn vriendin. Ik had dat zaterdag vrolijk voorgesteld: lekker. Wafels. Heel makkelijk. We hebben de ingredienten in huis, en ook een electrisch wafelijzer. Kleine moeite! Vers! Warm! Wafels! Ik praat wel vaker in een soort reclame-slogans als ik me dingen voorneem. En mocht er een wafelmixfabrikant zijn die mij wil inhuren voor meer pakkende reclameteksten: ik ben beschikbaar.

Maar ik dwaal af. Het is zondag wafeldag. Zoals ik eerder zei is het hebben van een wafelijzer een belangrijke voorwaarde. We hebben er een, en ik weet ook precies waar hij staat: in de schuur, in een gele tas. Ik loop de schuur in en zie geen gele tas. Wel een stapel dozen afkomstig uit mijn vorige huis, met in grote letters ‘tijdschriften’ er op, maar in werkelijkheid gevuld met oud CD Roms. En een heleboel oud servies dat we alleen bewaren voor het geval het huidige als een soort glazen Jonestown massazelfmoord massaal zichzelf in stukken gooit. Vijf fietsen, een halve laminaatvloer in stukken en een heleboel ondefinieerbare troep zoals dat in elke schuur groeit. Niemand weet precies waar het vandaan komt. Het wordt tevergeefs aangeboden op rommelmarkten en lijkt zich elk jaar te vermenigvuldigen.

Hoe dan ook: geen wafelijzer. En ik weet ook hoe dat komt, want ik weet precies waar hij is: in onze trapkast. Daar ligt hij in een blauwe krat. Jammer alleen dat het slot van deze kast op dat moment besluit om te blokkeren. Dat doet dat slot wel vaker, zonder aanwijsbare reden. De enige manier om het te deblokkeren is het een tijdje met rust laten. Maar in mijn huidige geestestoestand (iedere seconde 3% wanhopiger) kan ik dat niet. Het enige wat het nog werkende deel van mijn brein nog presteert is heel hard aan de deur rammelen en de sleutel van de kast verbuigen.

Als de deur eindelijk en na enige krachttermen opengaat en daar inderdaad een blauwe krat staat, zie ik daar geen wafelijzer. Wel een tosti ijzer. En dat is logisch, want ik weet precies waar het wafelijzer is. In het zijkamertje in een doos. In ons zijkamertje staan meerdere dozen. Sommigen nog uit mijn vorige huis, met hierop in zwarte stift het woord DVDs, terwijl er toch echt snoeren en netwerkkabels in zitten. En geen wafelijzer. Want die ligt in de schuur, in de grote rommelkast.

De grote rommelkast gaat open, de deur stoot ergens tegenaan en als een pervers domino D-day vallen onze fietsen een voor een om. De enige manier waarop mijn inmiddels overkokend brein stoom af kan blazen is verbaal. In reactie op mijn stroom krachttermen begint nu de hond van onze overburen heel hard terug te blaffen. En de kast bevat dan wel een oude telescoop en een oude kerstboomstandaard, maar, uiteraard, geen wafelijzer.

In paniek bel ik een vriendin van ons. Terwijl ik het nummer draai, ontdek ik dat paranoia mijn brein overneemt. Iemand heeft de wafelijzer vast geleend en niet meer teruggeven. Maar wie? De vriendin neemt op en ik vraag voorzichtig of ze een wafelijzer heeft (misschien zelfs die van ons). Nee, maar wel mag ik een doughnut maker lenen. Ondanks mijn tot het uiterste getergde brein weet ik dat aanbod vriendlijk af te slaan. Ik heb een wafelijzer nodig. Een WAFELIJZER hoor je! Dat wafelijzer dat in de schuur hoort te liggen! Naast de oven in een plastic tas, die niet geel is. Onder die stapel tupperware doosjes… Waar hij inderdaad ligt! Joechie!

Oke, maar waar is de wafelmix?



Leuk? Lees dan ook deze:

One Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.