Het kerstverhaal van Knager en Ekster (1)

Het nu volgende kerstverhaal heb ik jaren geleden geschreven als kort feuilleton voor een krant. Deel 2 (slot) verschijnt morgen. Vrolijk Kerstfeest!

Hij had behoorlijk grote tanden. Zelfs voor een konijn. Vandaar dat zijn vrienden en familie (hij had heel veel broertjes en zusjes) hem Knager noemden. Knager had een mooie bruine vacht met witte spikkels en was geboren in een heel comfortabel holletje onder een Eikenboom. Daar woonde hij nog steeds. Juist in de winter was het daar heerlijk warm en gezellig, en er was altijd wel bezoek dus Knager was nooit alleen.

Buiten werd het iedere dag een beetje eerder donker en Knager wist dat de Grote Dag snel zou komen. Ieder jaar ging hij samen met zijn familie en de andere bosbewoners op weg naar de open plek aan de andere kant van het woud. Daar brachten alle dieren de kortste dag van het jaar samen door en ze deelden hun eten.

De ouders van Knager waren al op weg, samen met zijn jongere broertjes en zusjes. Knager zou samen met zijn vriend, de Ekster, op weg gaan naar de plaats van het jaarlijkse feestmaal.

‘Hoe is het met jou, Ekster?’ vroeg Knager.

‘Hmmm hmmm mmm hmmm’ zei Ekster. Hij had iets in zijn mond. Het was glimmend en glanzend. Het was rond met een soort doorzichtige steen er op die zo te zien heel erg hard was. Zoals altijd had hij weer iets gevonden. Ekster had hem ooit eens zijn verzameling laten zien. Het was inmiddels al een hele berg met glansdingen. Knager had hem gevraagd waarom hij dat allemaal bij elkaar zocht. Ekster had zijn vleugels opgehaald. ‘Dat komt nog wel eens van pas.’

Ekster en Knager gingen op weg. Het had flink gesneeuwd en daardoor was het niet moeilijk om de weg naar de feestplek te vinden. De sporen van de andere dieren waren goed te zien. Knager zag vossenpootjes naast hertenvoeten en dassennagels in de sneeuw, die allemaal dezelfde kant op liepen. Ekster fladderde boven zijn hoofd en had soms moeite om het glansding in zijn mond te houden als hij probeerde te praten. Zo liepen ze het bospad af tot er iets vreselijks gebeurde.

‘Auw auw auw auw!’ riep Knager. Ekster liet van schrik bijna zijn glansding vallen en landde vlak naast het konijn.

‘Wat is er?’ vroeg de vogel bezorgd.

‘Mijn voet zit vast!’ zei Knager. Hij trok met zijn rechter achterpoot maar die zat vast in… Ja in wat eigenlijk? Een touw met een lus die steeds strakker aantrok hoe meer hij bewoog.

‘Niet bewegen!’ zei Ekster.

‘Dat kan ik ook niet!’ zei Knager die steeds meer pijn kreeg.

‘Ik haal hulp!’ Ekster vloog er vandoor.

‘Laat me niet alleen!’ riep Knager nog, maar weg was Ekster, en hij zat in zijn eentje in de sneeuw waar hij een klein beetje moest huilen.

Na een poosje hoorde Knager geluiden. Eerst dacht hij dat Ekster terug was met hulp, maar tot zijn grote schrik was het heel iemand anders. Een mens! En nog een! De eerste was lang en had zwart haar, ook onder zijn kin. De ander was kleiner. Een mensenmeisje, wist hij.

‘Oh Pap! Kijk daar! Wat zielig!’

Het mensenmeisje kwam dicht bij hem. Knager verstijfde van angst. Het grote mens kwam ook dichterbij en keek van heel dicht bij naar hem. Knager besefte dat mensen erg stonken.

‘Dat arme dier zit vast! We moeten hem helpen!’ zei het meisje.

Het grote mens knikte, maar Knager werd bang van de blik in zijn ogen. Die had hij ook wel eens gezien in de ogen van de vos, toen hij hem bijna te pakken had. Maar Knager kon niet vluchten. Hij werd opgepakt, losgemaakt en onder de jas van het meisje meegenomen.

(Wordt vervolgd…)



Leuk? Lees dan ook deze:

One Comment

  1. Pingback: Schrijversblok | Het kerstverhaal van Knager en Ekster (2, slot)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.