Blijkbaar gedroeg ik me staatsgevaarlijk

Ik ben in Londen voor een interview. Uiteraard ben ik de laatste journalist die aan de beurt is, en mijn vliegtuig terug vertrekt om tien voor zes. De PR mensen die dit alles gepland hebben, gingen er blijkbaar van uit dat Londen geen files heeft. En spitsuur? Dat kennen ze hier vast niet…

Met mij collega’s wordt ik in een taxibusje geplaatst en de race tegen de klok begint. En met ‘race’ bedoel ik in dit geval ‘stilstaan tussen honderdvijftigduizend andere auto’s’. De chauffeur kijkt ons pijnlijk aan. “Ik vrees het ergste.”

Het is inmiddels half zes. De gate van mijn vlucht sluit om kwart voor. Ik spring uit de bus, sleep mijn rugzak mee en ren richting douane. Een rij, uiteraard. Maar tot mijn gelukzalige verbijstering laat de een na de ander mij voorgaan. Kennelijk straalt de paniek van mijn gezicht. De beveiliger bij de X-ray machine is minder coulant en staat er op dat ik mijn schoenen en riem verwijder. Gelukkig gaan er geen zoemers en ik spring door het poortje alsof ik kandidaat ben voor Hole in the Wall.

Ik verzamel mijn spullen, trek mijn schoenen aan en ren half hinkend door de hal, richting roltrap. Hierop staan mensen tot mijn grote frustratie niet rechts. Ik verontschuldig me hardop en werk me langs de obstakels. Maar halverwege staan drie enorme kerels en ze lijken niet van plan te zijn opzij te gaan.

“Keep to the right,” snauw ik ze toe, en werk me langs hen heen.

“Oi!” hoor ik achter me roepen. Ik negeer het en ren naar de gate. Deze is dichter bij dan ik verwacht en met tien minuten speling heb ik het gehaald. Dan komen de drie mannen rustig aanwandelen. Een van hen stapt op me af.

“Ik ben van de politie. Was dat nou nodig om als een dolleman over de trap te rennen? Ik wil uw papieren zien.”

De man is duidelijk ‘not amused’. Ik toon mijn paspoort en besef dat ik maar een ding kan doen: ogen neer, excuses aanbieden en wat er ook gebeurd: niet tegenspreken. Engelse politie is anders dan die van Nederland. Nederlandse agenten zijn blij als je niet luistert. Dat scheelt hen een boel papierwerk. Maar een Engelse agent is in staat om je aan te kijken, vast te stellen dat je over tien minuten mee moet met dit vliegtuig , maar dat deze routine controle waarschijnlijk zeker elf minuten zal duren.

Tergend langzaam stelt de agent mij vragen: waarom ik in Engeland ben. Waar ik voor schrijf. En meerdere malen waarom ik zo’n haast had. En hoewel ik van binnen kook van woede, weet ik mij tot mijn eigen verbazing enorm te beheersen. Ik ben zelfs nog in staat om vriendelijk gedag te zeggen als hij me eindelijk aan boord laat. En zelfs een laatste impuls om een niet zo vriendelijk gebaar te maken met mijn middelvinger weet ik te onderdrukken.

Deze keer heb ik  gelukkig wel een  internationaal incident weten te voorkomen.



Leuk? Lees dan ook deze:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.