De Maltezer Wuppie

Het was een van die broeierige zomeravonden waarvan mensen sloom worden, en dieren voorzichtig. Waarbij het rommelen van de donder net zo onverwacht kan klinken als het schot van een pistool. Ik zat op mijn kantoor en schoof de stapel onbetaalde rekeningen in de vuilnisbak en zocht troost bij mijn beste vriend: de nog niet lege fles Jack Daniels. Ik ben Harry Hol, privé detective. Dat staat op mijn deur.

Op dat moment ging de deur open en kwam de dame binnen. Een schoonheid, geen twijfel aan, maar met de droeve blik van een kat die zijn speeltje kwijt is.  Ze kwam dichterbij en had iets smekends in haar blik, alsof de laatste bus naar Walibi was vertrokken en ik de enige was die haar een lift kon geven. Ik had eerder voor haar gewerkt.

“Wat kan ik voor je doen, schat,” zei ik. Ze keek naar haar schoenen. Mooie witte schoenen, van gelakt leer waar ik helemaal niet op zou moeten letten, want dit was waarschijnlijk niet belangrijk voor de zaak waar ik zo te zien in betrokken zou worden. Een moment was er alleen het zoemen van de ventilator en het ritselen van de rekeningen, tot ze zei waar het om ging.

“De Wuppie is weg.”
Een ijzig gevoel bekroop me, ondanks de hitte van de avond.
“En je wilt dat ik hem weer vind?”
Ze knikte.

De Wuppie. Het woord alleen al gaf me rillingen. Een blauw, pluizig ding, alsof de stofzuiger had overgegeven en iemand daar een oog op had geplakt. Voor sommigen niets meer dan een mismaakte souvenir van een lang vergeten, verloren voetbalwedstrijd. Maar voor Tintin, de kat van mijn client, het enige speeltje waar het dier plezier aan beleefde. Zo veel plezier dat ze er ’s nachts net zo vaak de trap mee op en af rende tot iedereen wakker was. Waarna ze ernaar ging mauwen en het geluid produceerde van duizend stervende Welpies.

Maar het was een zaak, en eentje die ik niet kon weigeren. Maar dat zou ik haar niet laten merken.

“Vijftig per uur. Plus onkosten.”
“Waar heb je het over?”
“Laat maar.”

Ik ging op weg. Het zou een smerig zaakje kunnen worden. Ik zette mijn gleufhoed op en trok mijn jas aan en begon mijn onderzoek in het duistere zijkamertje waar de Wuppie het laatst was gezien. Het was een onaf kamertje, gebruikt voor opslag van wat dozen, en de ideale plek voor een Wuppie om zich te verbergen. Het zou graafwerk kunnen worden, en besefte dat ik me in het gevaar moest storten. Maar een grondig onderzoek leverde niets op. Ook de Trap bleek geen aanwijzingen te hebben, wat enige wanhoop opriep. Dan maar de huiskamer in, waar meer kattenspeeltjes in de vergetelheid verdwenen dan alle Idols winnaars bij elkaar.

Maar ook achter de stoel, en zelfs onder de bank was geen spoor van de Wuppie. Het leek er op dat het een verloren zaak zou worden. In de verte toeterde een auto. Dichterbij schoven de wijzer van de klok naar half twaalf.

Het werd tijd om op te geven. Om mijn cliënt te melden dat het onderzoek gefaald had. Dat ik gefaald had.

“Oh hier is hij,” riep ze op dat moment van boven. “Gewoon op het kastje waar ik hem gisteren had gelegd. Maar jij had je trui er op gegooid.”

De zaak was opgelost. Ik liet mij doodmoe op bed vallen. Alles was weer rustig. Voorlopig tenminste. Tot daar dat geluid was. Het geluid van duizend stervende Welpies. Tintin was weer gelukkig.



Leuk? Lees dan ook deze:

One Comment

  1. Pingback: Het Wuppie Dilemma « Schrijversblok

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.