Soms vang je dingen op

Ik zit in een café in Amsterdam achter een kop koffie en een flink stuk appeltaart. Ja, ik weet hoe je uit de band moet springen. Ik heb net een persconferentie achter de rug en neem nog even wat notities door voor ik naar de trein loop. Een tafeltje verder zitten een jongen en een meisje overduidelijk verliefd op elkaar te wezen. Tegenover hen zit een wat slungelige jongen. Het vijfde wiel aan de wagen.
Het meisje verontschuldigt zich na een paar minuten en gaat (uiteraard niet zonder haar vriendje hartstochtelijk met veel tong te zoenen) het trapje af naar de wc. De slungel kijkt wat gegeneerd de andere kant op.
“Joh, jij vindt ook wel iemand,” zegt ‘Romeo’ op een vaderlijke toon. Hij kan niet ouder zijn dan zestien. De slungel zelfs jonger.
“Oh dat hoeft niet hoor,” liegt hij. De ander lacht minzaam
“Ik weet hoe het is, hoor. Toen ik nog vrijgezel was, dacht ik ook dat ik dat altijd zou blijven.”
Nu wordt de slungel zichtbaar boos.
“Man, hou op. Ik ben echt niet wanhopig of zo.”
“Oh maar dat zeg ik ook niet.”
“Nou, daar lijkt het wel op.”
“Rustig, broertje. Je windt je er wel erg over op.”
“Ach hou je kop.”
Het valt even stil. Ik kijk weer naar mijn notities. Koffie is bijna op. De taart al lang.
“Ik ben gewoon gehecht aan mijn vrijheid,” zegt ‘broertje’.
“Ja, ja,” zegt Grote Broer schamper.
“Ja! Als ik zie hoe veel tijd jij kwijt bent aan Esther…”
Hier moet Grote Broer om lachen.
“Ik geloof niet dat je het helemaal begrijpt…” zegt hij.
“Nou, ik weet anders wel dat je al tijden niet meer in Het Biervat komt. En Maarten en Edwin heb je ook al drie weken niet meer gezien.”
“Jemig man. Hou je een dagboek bij of zo.”
De slungel kijkt betrapt en bijt op zijn onderlip. Grote Broer zucht.
“Het lijkt wel of je niks anders meer doet,” zegt Slungel uiteindelijk.
“Joh, dat is nou eenmaal hoe het gaat. Esther en ik zijn gewoon erg graag samen. Ze is hartstikke leuk. Vind je niet dan?”
Zelfs van waar ik zit, zie ik dat de slungel een kleur krijgt.
“Daar gaat het niet om,” zegt hij.
“Nou, zeur dan niet.”
“Ik zeur niet,” zegt de Slungel. En dan komt het er uit. Alsof het moeite kost om de woorden te spreken: “Sommige mensen denken dat je niet meer met anderen uit mag van Esther.”
“Waar slaat dat nou op! Jezus, man,” zegt Grote Broer. De opmerking van zijn broertje heeft hem duidelijk geraakt.
“Ik doe echt wel waar ik zelf zin in heb hoor. Ik ga uit met wie ik wil.”
“Laat nou maar.”
“Jezus. Waar háál je het vandaan. Als ik met iemand anders uit wil dan doe ik dat. Daar heeft Esther niks over te zeggen. Ze is mijn cipier niet.”
Alsof het door een slechte soap schrijver is bedacht, blijkt Esther precies op dat moment achter haar vriendje te staan.
“Ik ben je cipier niet?” zegt ze met de ijskoude stem die alleen gekwetste vriendinnetjes kunnen gebruiken.
De slungel krijgt een nog diepere kleur en kijkt van het meisje naar zijn broer. Deze verschiet op zijn beurt en begint te stamelen dat hij het zo niet bedoelde en meer van die dingen die het alleen maar erger maken. Esther pakt zonder verder iets te zeggen haar erg roze handtasje en loopt het café uit. Haar (misschien nu ex-) vriendje rent achter haar aan en laat zijn broertje achter met de rekening.
En terwijl ik mijn eigen koffie en gebak afreken besef ik dat ik Goddank geen zestien meer ben.



Leuk? Lees dan ook deze:

One Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.