Stomerij

Ik stond dinsdag in de rij van de kassa in de supermarkt. Toevallig de kassa die ook dienst doet als loket voor de stomerij. Voor me was een wat oudere heer die zonder boodschappen op zijn beurt wachtte. In zijn hand had hij een bonnetje.
‘Aha,’ dacht ik. ‘Een klant voor de stomerij.’
Niets ontgaat mij. Net zoals het hierna volgende, waargebeurde gesprek tussen de oudere heer en het piepjonge kassameisje.

‘Ik kom mijn jas halen.’
‘Maar het is nog geen drie uur!’ zei het meisje oprecht verschrikt.
‘Inderdaad, het is tien voor drie,’ zei de man.
‘Kleren van de stomerij zijn pas om drie uur klaar. Kunt u straks niet terugkomen?’
‘Ik dacht dat het wel zou kunnen dat hij er al is,’ zei de man. ‘Kunt u niet even kijken?’

Een korte pauze.

‘Eh, nee. Dat heeft geen zin.’
Ik keek van het meisje naar de oudere heer naar het rek met kleren, dat een meter achter haar tegen de muur stond. De oudere heer was even sprakeloos. Toch hernam hij zich moedig.

‘Jawel,’ zei hij.

De man steeg in mijn achting. Soms moet je koppigheid niet met argumenten bestrijden maar met een welluidend ‘Welles!’.

‘Meneer, dat heeft geen zin, de kleren zijn pas om drie uur klaar. Dat staat op het bonnetje.’
‘Dat weet ik, daarom kom ik ook nu,’ zei de man, die van sprakeloosheid via stelligheid nu richting irritatie bewoog. ‘Je kunt toch wel even kijken? Volgens mij zie ik hem zelfs hangen.’
‘Meneer, ik ga de volgende klant helpen,’ zei het meisje pinnig. Demonstratief haalde ze mijn netje ongeschilde spruitjes door de scanner. De oudere heer liep nu ietwat rood aan. Als hij een wandelstok had gehad, had hij daar beslist nu mee gezwaaid.
‘Ik wil nu de chef spreken!’ riep hij.
Het meisje beet op haar lip en keek nadrukkelijk alleen naar mijn boodschappen die een voor een voorbij gelden. Misschien hoopte ze, dat door het stellig te wensen, de man in een pak melk zou veranderen. Of een pak met twee vegetarische hamburgers. Of iets anders wat niet zo onredelijke Vóór Drie Uur Een Jas Wilde Ophalen.
De chef verscheen, herkenbaar aan een naamplaatje en een pluk zwart haar dat over een glanzende kale plek was gekamd.
‘Deze juffrouw wil mij mijn jas niet geven!’ zei de oudere heer.
‘Waarom niet, Muriel?’ zei de man.
‘Het is nog geen drie uur,’ zei Muriel met een klein maar oh zo standvastig stemmetje.
‘Kijk toch maar even,’ zei de chef.
En inderdaad, een plastic zak met een (hopelijk) proper jasje ging met de oudere heer de winkel uit. Ook de chef nam weer post in zijn kantoortje. Het meisje sloeg mijn laatste boodschappen aan.
‘Wat een eikel. Logisch dat het er nu wel was,’ mopperde het meisje onder haar adem.
‘Waarom dat?’ vroeg ik terwijl ik mijn pinpas door het apparaat haalde.
‘Door al dat gezeur is het nu vijf over drie.’



Leuk? Lees dan ook deze:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.