Trui

Voor wie dat nog niet weet: we zijn verhuisd. Vandaar dat het even geduurd heeft voor er een nieuwe column verscheen. Dus nog prettige kerstdagen (ja, te laat, weet ik) en een gelukkig nieuw jaar (Jahaa, te vroeg. Niet zeuren, of ik hou er nu meteen weer mee op)

In elk geval is de rust hier in huis weergekeerd. Lekker rustige kerst gehad, niet te veel rompslomp overhoop gehaald (al heb ik wel weer broccoli soep gemaakt, deze keer voor mijn schoonouders. Het ging in één keer goed. Afgezien van het feit dat de soep te dik was. En dus geen soep. Meer broccoli puree met geitenkaas. Maar ik dwaal af) en heerlijk ontspannen.

Het was in die relaxte roes dat overmoed zich van ons meester maakte en we besloten om op derde kerstdag eens lekker naar Amsterdam te gaan om te winkelen. Daar was vast niemand opgekomen, redeneerden we. Wie gaat er nou de stad in na drie winkelvrije dagen? Het juiste antwoord, beste quizfans, is ‘iedereen.’

En uiteraard was daar ook het moment dat mijn vriendin zich hardop afvroeg of ik niet een nieuwe trui zou willen kopen. Ik vraag me dat soort dingen nooit af, laat staan hardop. Wat mij betreft is iedere trui die niet vanzelf in rafels van me afvalt prima. Eigenlijk vind ik die rafels ook best mooi. En als ik mijn jas er over doe blijft ie nog best zitten.

Voor ik het echter goed en wel doorhad waren ‘wij’ op zoek naar een nieuwe trui. Nu heb ik wel vaker geschreven dat ik niet van kleding kopen houd. Het is niet dat ik nieuwe kleren niet waardeer. Het is meer dat reddeloze gevoel dat ik krijg in de paskamer. Niet alleen is de spiegel zo groot dat ik zowel mijn zwembandje als mijn terugwijkende haarlijn tegelijk levensgroot kan aanschouwen, maar ook is er die angst om het hokje úit te komen om de kleding te tonen.

Er zijn dan drie mogelijkheden, alledrie vreselijk.

1) Ik stap buiten het gordijn en mijn vriendin is nergens te bekennen. Alleen wat verkoopsters en tienermeisjes kijken met grote ogen toe hoe ik onhandig in de spiegel kijk. En wacht. Want ik moet op háár oordeel wachten. Mijn vriendin is inmiddels lang en breed op zoek naar ‘wat anders’ en komt pas opdagen als het schaamtezweet van mijn voorhoofd druppelt en zelfs wildvreemden hun mening over die veel te kleine trui al meerdere malen hardop hebben verkondigd.
2) Mijn vriendin staat wel in de buurt, maar te ver om te zien wat ik aanheb. Zodat ik door de winkel moet om mijn aanwinst aan haar te tonen. Lulliger kun je je als man volgens mij niet voelen: overduidelijk op zoek naar je vrouw in de C&A om te vragen wat ze er van vindt.
3) Mijn vriendin staat buiten het hokje, werpt een blik op me… en zegt niets. Wel zie ik aan haar ogen hoe absurd de kleren me staan. Maar dat zegt ze pas als ik het drie keer heb gevraagd. Misschien probeert ze mijn gevoelens te sparen, maar dat lukt op die manier echt niet.

Toen ik gisteren in het pashokje zat besloot ik het anders te doen. Ik moest en zou dit systeem van vernedering en zelfverachting omverwerpen. Ik besloot om deze keer iets heel anders te doen. Ik zou niet naar buiten gaan! Er was een bankje in het pashok en ik besloot om te gaan zitten om te wachten op de dingen die komen gingen. Mijn vriendin zou zelf wel komen kijken hoe het me stond, en dan hoefde ik in elk geval niet publiekelijk gekeurd te worden. Op dat moment leek het een bijzonder goed idee. Minuten verstreken. Elk moment verwachtte ik dat mijn vriendin zou komen kijken hoe het ging. Ze kwam niet kijken. Ze was kennelijk nog steeds zoekende naar iets beters. Toch voelde ik een vreemde rust over me komen. De wereld buiten het pashokje was niet belangrijk meer. Hier was het heerlijk. Afgeschermd van de wrede boze werkelijkheid. Mijn hokje. Mijn wereld.

Tot ik buiten verschillende stemmen ongerust hoorde fluisteren. In eerste instantie vond ik dat het mij niet aanging. Het was tenslotte mijnhokje, mijn wereld. Het fluisteren hield echter aan. Ik schuifelde wat ongemakkelijk heen en weer op het bankje maar besloot dat het hier veilig was. Wat de onrust ook veroorzaakte, ik had er niets mee te maken. De C&A kon wat mij betreft gegijzeld zijn door hordes Jan Smit fans, ik zat hier prima.

Plots hield het onrustige geroezemoes op. Alsof de wereld buiten zijn adem inhield was het stil. De haren in mijn nek stonden even recht overeind. Met een ruk ging het gordijn open. Een C&A managerstype keek me met grote ogen aan. Achter hem stond het voltallige vrouwelijke verkoopteam van de herenafdeling bezorgd naar me te staren. Ik voelde mijn hoofd rood worden. Dat kleurde mooi bij de groene trui die ik nog steeds aan het ‘passen’ was. Kennelijk werd er toch verwacht dat ik iets zou zeggen.

‘Ja?’ zei ik voorzichtig.
‘Voelt u zich wel goed?’ vroeg de manager.
‘Prima,’ loog ik.

Het was op dat moment dat mijn vriendin verscheen. Ze keek van de groep met stomheid geslagen verkoopsters naar mij.

‘Waar was je nou?’ zei ze.
‘Hier,’ zei ik.



Leuk? Lees dan ook deze:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.