Schrijversblok

“Ik weet niets van moorden!”
Hij keek doodongelukkig. Hij zat gebogen over zijn halflege doodgeslagen biertje.
“Ik heb nog nooit iemand dood gewenst. Ik haat niemand. Niemand heeft ooit een pistool op mijn hoofd gezet. Nou niet echt in elk geval. Dat is een verdomd grote handicap voor een schrijver.”
Ik knikte en dronk mijn glas leeg waarna ik een nieuwe bestelde voor ons allebei. Een vriend van mij zat in de put. Al weken was er niets zinnigs uit zijn pen gekomen. Zijn uitgever had hem een voorschot gegeven voor een tweede roman, maar het enige wat hij nog kon was staren naar een leeg scherm. Hij zat muurvast. Schrijversblok, zei hij. Vandaar dat we nu in de kroeg zaten, hard op weg naar een toestand van dronkenschap.
“Schrijf over wat je weet,” stelde ik voor.
“Schrijf over wat je weet! Fuck! Ik weet niets! En wat ik weet is dodelijk vervelend. Niemand wil dat lezen! Ik zelf al niet eens.”
“Je hebt toch wel wat meegemaakt?”
“Ja natuurlijk. Opstaan. Werken. Thuis komen. Vriendin zoenen. TV kijken. Slapen. Opstaan. Twee keer in de week neuken. Donderdag en zaterdag. Soms ook op zondag. Dat is geen boek, dat is een slaapmiddel.”
“Maar je bent journalist! Dan zie je toch veel?”
“Ha!”
“Niet?”
“Ha! Ha ha! En ik bedoel dat zo sarcastisch als maar mogelijk is.”
Ik keek hem verongelijkt aan.
“Weet je wat ik allemaal zie? Baasjes van bedrijfjes die produktjes willen verkopen. Mensjes in straatjes die over hun buurtjes klagen. Je weet dat ik laatst een primeur had met een vervalsingsschandaal?”
“Ja,” zei ik enthousiast. “Daar moest wel een verhaal in zitten.”
“Heb je enig idee hoe makkelijk dat was? Ik kreeg een tip. Ik belde wat mensen. Boem! Iedereen vertelde me wat ik weten wilde. Geen intrige. Geen auto achtervolgingen. Niet eens een steen door de ruit met een dreigbrief eraan. Dat zuigt! Alles wat je op TV ziet is bullshit. Er is geen spanning of romantiek. Breek me ook de bek niet open over de politiek. Er zijn alleen maar heel veel mensen die zichzelf graag horen praten en daardoor te vaak iets stoms zeggen. Dan roept iedereen even heel hard ‘Ooooh!’ waarop de volgende leperd zich weer verspreekt. Kom op jongens! We moeten daar ook nog even heel hard ‘Ooooh!’ roepen! Wat moet ik daar nou mee?”
“Je hebt toch altijd de liefde?”
“Ha!”
“Geen liefde?”
“Alsjeblieft.
“Hoezo niet?”
“Okee. Ik heb liefdesverdriet gehad, maar wie niet? Goed, ik heb me een keer in een kast moeten verstoppen voor een boos ex-vriendje van mijn toenmalige verovering. Maar dat gelooft toch geen hond? Het enige triootje dat ik heb meegemaakt is nauwelijks een bladzijde tekst waard.”
“Jij hebt een triootje gedaan?”
“Hell, ja. Maar wat moet ik daar nou mee? Wie wil dat lezen? Het is net als die vervalsingzaak, of die keer dat ik die striptease danseres in haar kleedkamer interviewde of die keer dat die gozer voor mijn ogen dat pistool trok. De werkelijkheid is ongelooflijk saai. Ik moet een boek schrijven, verdomme.”
“Kleedkamer?”
“Ja ze was zich aan het omkleden voor haar act. Leuk mens trouwens.”
“Leuk…mens…” zei ik. Ik overwoog om mijn vriend te spietsen aan een cocktail prikkertje.
“Dat noem jij leuk? Triotjes! Vervalsingen! Strippers! En jij hebt schrijversblok?”
“Eén trio maar, hoor. Tijdens mijn studie. Toen ik op de theaterschool zat.”
Ik dronk mijn glas leeg en stond op.
“Wat is er?”
“Eikel,” zei ik en liep de kroeg uit.



Leuk? Lees dan ook deze:

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Toevoegen aan Symbaloo Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Abonneer je op de RSS-feed van deze site

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *