Wrak

Het duurde even voor ik het verwerkt had: het overlijden van mijn zesde auto in acht jaar. Ik wilde het niet geloven. De Escort waar ik zo trots op was begaf het in de hitte voor het stoplicht en kwam spectaculair aan zijn einde met veel rook en stoom. Een einde dat recht deed aan de traditie van ‘Auto’s in het bezit van Harry Hol’. Ik deed nog een poging om de garage die mij de wagen verkocht had via veel boos staren tot een goedkope reparatie te dwingen, maar uiteindelijk bleek ook dat fysiek onmogelijk vanwege een door en door rot onderstel. Maar ze zouden het goed met me maken met een nieuwe goedkope auto. Ergens zat dit aanbod me niet lekker. Het liefst wilde ik niets meer met deze oplichterbende te maken hebben. Maar, zo redeneerde ik, als ze uit wroeging mij een goedkoop karretje zouden leveren kon ik tenminste weer even vooruit. Bovendien zouden ze een leenauto voor me regelen. Ik zat er dus kennelijk aan vast. Mijn vriendin wist het goed onder woorden te brengen: ‘Het is alsof je bij de ECI zit: als je eenmaal lid bent komt je er niet meer van af.’ Persoonlijk moest ik eerder aan de mafia denken: ‘every time I think I’m out, they pull me back in…’
Afijn, er zou op woensdag een leen auto voor me geregeld worden zodat ik in elk geval mijn freelance klussen kon uitvoeren, en nog naar mijn moeder kon rijden in Heerhugowaard voor een bezoekje. Dinsdagmiddag kon ik de leenauto ophalen.

Om half zes sta ik de garage, waar twee monteurs opvallend proberen geen oogcontact met me te maken, terwijl ze rond een Volkswagen Golf ronddraaien waar allerlei vloeistoffen uit lopen. De grote baas is ook zeer zwijgzaam, maar verzekert me dat het ‘nog een paar minuutjes duurt.’ Zo’n opmerking is in mijn wereld vergelijkbaar met het brullen van sirenes en het wild rondflitsen van zwaailichten. Geen goed teken.
Na nog enkele malen te horen dat het echt ‘nog maar een paar minuten duurt’ heb ik er na een uur wachten genoeg van.
‘Weet je, breng die auto zo maar bij me langs als ie klaar is.’
‘Oh, nou je zegt het maar. Wil je dat we hem langsbrengen?’
‘Ja breng hem maar langs.’
‘Dus je wilt er niet op wachten?’
‘Nee.’
‘Had dat dan gezegd. Dan brengen we hem wel even.’
‘Doe maar,’ zeg ik, terwijl ik een hele reeks vloeken binnen weet te houden.
‘Oh. Okee.’
‘Okee.’

Ik fiets naar huis, maak veel te laat eten en krijg om acht uur telefoon. Het is de garage.
‘Harry, de auto doet het niet.’
Ik zwijg.
‘Hallo?’ zegt de garage eigenaar aan de andere kant van de lijn.
‘Ik dacht dat ik hoorde dat je zei dat de auto het niet deed.’
‘Klopt.’
‘De leenauto,’ zeg ik emotieloos.
‘Ja.’
‘Doet het niet.’
‘Nee.’
Dit was nieuw. Het was voor het eerst in mijn autorijdend bestaan dat een auto het begaf voordat ik er in gereden had.
‘En nu?’
Het bleef even stil.
‘Tja… Er is nog wel een optie…’

En zo kwam het dat ik woensdagochtend om half negen bij de garage wegreed in wat er overgebleven was van een heel kleine rode Toyota. Hij was nog kleiner dan hij was bedoeld, vanwege de enorme deuk aan de bestuurderskant. De motor maakte een geluid alsof er nog nooit olie in had gezeten. De uitlaat lekte. Het raam kon niet dicht. De topsnelheid was nét 100 en hij bleek dan 1:1 te rijden. Bovendien reed de auto met blauwe platen en de eigenaar vroeg me zenuwachtig of ik, als ik aangehouden werd, wilde liegen en zeggen dat ik overwoog deze auto te kopen, en dat dit een proefrit was.

Ik werd niet aangehouden (wat een wonder is, gezien het geproduceerde lawaai). Da’s maar goed ook. Ik denk niet dat ik de woorden ‘ik overweeg deze auto te kopen’ over mijn lippen had gekregen.



Leuk? Lees dan ook deze:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.