Wachtrij

Ik wil een nummertje trekken, maar de automaat blijkt leeg. Dat moet dan ook meteen de verklaring zijn voor de nette rij die zich heeft gevormd voor het loket van het postkantoor. Ik sluit braaf aan, en wijs het meisje dat na mij binnenkomt beleefd op het mechanische probleem.
‘Leeg,’ zeg ik terwijl ik op de automaat wijs. Het meisje kijkt me verstoord aan en gaat door met zoeken naar een nummertje, tot ze niet meer om de conclusie heen kan dat de rol écht op is. Kennelijk kom ik in postkantoren niet zo geloofwaardig over.
De rij wordt steeds langer, tot één van de twee lokettisten het in de gaten heeft. Hij kijkt speurend om zich heen.
‘Hij is leeg!’ roep ik vanachter uit de rij naar de man, terwijl ik opnieuw naar de automaat wijs. Deze meneer gelooft me wel in één keer en stuurt zijn collega naar achteren voor Missie: Nieuwe Nummertjesrol (binnenkort in de bioscoop met Tom Cruise in de hoofdrol). Al snel komt hij terug en deelt nummertjes uit aan de mensen in de rij. Ik krijg ‘6’ en vraag of hij geen lager nummer voor me heeft. Maar ik moet het er mee doen. Met mijn kersverse ‘6’ in mijn hand stap ik uit de rij. De andere wachtenden kijken me geschrokken aan. Ze blijven in het gelid staan alsof de sergeant elk moment terug kan komen om iedereen die niet netjes is blijven staan de opdracht te geven tot honderd push ups.
‘Het kan echt hoor,’ zeg ik tegen de twaalf overige wachtenden.
Ze kijken me met grote angstige ogen aan alsof ik zojuist mijn broek heb laten zakken.
‘We hebben toch een nummertje,’ probeer ik uit te leggen. Niemand verroert een vin. Wel beginnen twee oudere dames driftige tegen elkaar te fluisteren terwijl ze af en toe afkeurende blikken op mij werpen. Ik schijn een vreselijke regel te hebben doorbroken. Terwijl ik het toch zo goed bedoel.
‘Op het bord staat toch het nummer van wie er aan de beurt is?’ zeg ik terwijl het zweet me uitbreekt. Ik voel nu een onbedwingbare dwang om deze mensen te bekeren van hun misplaatst geloof in ‘De Rij’ die zij nu koste wat het kost in stand proberen te houden. Ook mensen die nieuw binnen zijn gekomen en een vers gevulde rol nummers aantreffen, sluiten zonder uitzondering achter in de rij aan.
‘Mensen, er zijn weer nummertjes,’ zeg ik met wat naar ik hoop een vriendelijk en overtuigend gezicht is. ‘U kunt weer vrij rondlopen.’
Het meisje dat mijn eerdere opmerking (‘Leeg!’) al niet had geloofd, kijkt me afkeurend en hoofdschuddend aan.
‘Kijk maar!’ zeg ik, en ik ga demonstratief bij de wenskaarten staan, en pak er wat vrolijke verjaardagskaarten uit, die ik omhoog houd.
‘Ik denk dat u beter kunt gaan,’ zegt een man die achter me is gaan staan. Hij draagt een TPG uniform.
‘Maar er zijn toch weer nummertjes?’ zeg ik verbouwereerd.
‘Ik hoop niet dat ik de politie hoef te bellen,’ zegt de TPG-er.
‘Ja maar…’ wil ik nog tegenwerpen. Maar de rij begint als één man te applaudisseren. De TPG-er pakt me bij mijn elleboog en trekt me naar de uitgang.
‘Er zijn weer nummertjes!’ roep ik. ‘Wachtenden aller landen, verspreidt u!’
Waarna ik zonder pardon door de schuifdeur naar buiten wordt geduwd.
‘Nummer zes?’ hoor ik de andere lokettist nog roepen voor de deur dichtschuift.



Leuk? Lees dan ook deze:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.