Koffie

Er zijn mensen die koffie echt kunnen verprutsen. Ik vind dat een hele prestatie. Je moet het echt willen. Vooral op werkplekken worden er dingen gedaan met onschuldige koffiepotten die indruisen tegen de conventie van Geneve.

Op mijn werk staat er iedere dag een thermoskan met bruin warm water klaar. Wat mij blijft verbazen is dat mijn collega’s dit aanzien voor koffie. Onbegrijpelijk. Koffie is in mijn ogen iets waar je van geniet. Waar ‘het aroma je al van tegemoet komt’ en waar je behalve wakker ook blij van wordt. Wat ze op mijn werk doen om tot een substantie te komen dat lijkt op het water dat ik onderin mijn vuilnisbak vind is me nog steeds niet duidelijk.

Persoonlijk houd ik van een redelijk sterke bak. Ik vind dat als je na de eerste slok je tanden niet voelt wiebelen, er best nog een schepje koffie in het filter had gekund. Maar zo ben ik. Sommige mensen willen hun bakje troost graag ‘mild’. En wie ben ik om op die watjes neer te kijken?

Er zijn natuurlijk grenzen aan de sterkte. Ik heb ooit iemand gekend wiens recept voor ‘een straf bakkie’ een procédé omvatte dat dicht in de buurt kwam van kernfusie. Terwijl je met een kleine hoeveelheid plutonium op wapensterkte toch al een heel eind komt. Mijn eigen recept is door een gevluchte Irakese wetenschapper ontwikkeld en staat op diverse lijsten van verboden substanties. Okee, ik overdrijf. Het is één lijst. Maar het is, zoals ik aan diverse gasten heb gemerkt, geen koffie voor beginners.

De nadelen van mijn koffie op industriesterkte is het chronisch gebrek aan slaap (en in een aantal nog niet door de rechtbank bewezen gevallen: moeite om zelfs nog met de ogen te knipperen) en de grote hoeveelheid tijd die je kwijt bent op het toilet. Want om de een of andere manier is er geen betere ontstopper dan koffie. Ik heb dit altijd een heel vreemde bijwerking gevonden. Net zoiets als gaan niesen als je een voetbad neemt. Het lijkt zo ontzetten weinig met elkaar te maken te moeten hebben.

Maar goed.Toch liever te sterk dan te slap. Persoonlijk doe ik voor iedere kop koffie één schepje in het filter, en één voor de pot. (Ik overdreef toen ik het over plutonium had, meneer van de AIVD. Echt waar! *Kuch* haha!)

Toen ik dit aan een collega van mij vertelde keek hij me geschrokken aan:
“Zo veel?”, zei hij.
“Wat doe jij er dan in?” vroeg ik.
“Drie of vier scheppen.”
“Op een volle kan?”
“Ja”
“Op veertien koppen koffie doe jij drie of vier scheppen?”
“Ja”
Over smaak valt natuurlijk niet te twisten, dus ik vroeg:
“Vind jij koffie eigenlijk wel lekker?”
“Nee, eigenlijk niet.”
“Waarom maak je het dan?”
“Ik drink thuis nooit koffie. Ik zet het alleen hier.”

Hij begreep niet waarom ik hem aanvloog. En voortaan neem ik mijn eigen thermos mee. Da’s redelijk veilig. Hij ontploft zelden.



Leuk? Lees dan ook deze:

One Comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.