Anger week 2006: Sneeuw

Drie uur en dertig minuten. Met een gemiddelde snelheid van, laten we voor de gein eens zeggen, 100 km/uur zou ik in die tijd aan kunnen komen in Lille (Frankrijk), Hannover (Duitsland), en bijna in Luxemburg. Ik heb dit gecontroleerd op Routenet. Het klopt. Kijk maar na. Ik kwam gisteren echter na drie uur en dertig minuten niet aan in de bovengenoemde verre steden, maar op de IJsselkade in Kampen. Vanuit Zwolle-Zuid. Fucking Zwolle-Zuid. Dat is een rit waar ik normaal gesproken twintig minuten over doe. Een taxichauffeur die ik ken doet dezelfde rit in 12 minuten, maar die moet voor vertrek aan de luchtverkeersleiding toestemming tot opstijgen vragen. Maar ik dwaal af. Mijn rit begon bij klimhal Yosemite in Zwolle Zuid.

15:36 uur.
Na twee uur klimmen is het mooi geweest. Geen gevoel meer in de armen, en geen puf om nog even naar de wc te gaan voor de rit naar huis. De auto blijkt ondergesneeuwd. Even vegen, en optimistisch op pad, en voorzichtig de ringweg op.

16:17 uur.
Na drie kwartier met een snelheid van 1 heb ik de keuze om via de rotonde de A28 op te gaan, of om rechtsaf het centrum van Zwolle in te rijden. Mijn blaas laat mij geen andere keuze. Het eerste de beste openbare gebouw waar licht brandt is een Peugot dealer. Ik ben bereid een nieuwe auto te kopen als ik maar naar de wc mag. Het mag en ik rijd over de glibberende wegen richting centrum, in de hoop dat ik zo de A28 op kan.

16:47 uur.
De A28.

16:58 uur.
De A28.

17:10 uur.
Afslag naar Kampen in zicht.

17:15 uur.
Afslag bereikt.

17:30 uur.
Bijna bij de N50. In de verte zie ik zwaailichten. Ik zwaai terug.

17:35 uur.
De zwaailichten zitten op een politieauto die de weg naar Kampen verspert. Ik stop en besluit te wachten tot de agent vanzelf verdwijnt. De agente (blijkt) komt uit de auto. Ik doe het raam open.
‘Niet naar Kampen!’ roept ze.
‘Wel naar Kampen!’ roep ik terug.
‘NEE! Niet naar Kampen! Doorrijden! Doorrijden!’ Kennelijk is het gebruik van gramaticaal Nederlands niet de eerste prioriteit op de politieschool. Ik besluit om haar dan maar in haar eigen taal aan te spreken.
‘Wel Kampen! Hoe!? Hoe ik naar Kampen!?’
‘Niet Kampen!’ roept ze (ik zweer het!) ‘Hattem! Hattem! Hattem!’
‘Maar hoe Kampen!!??’ antwoord ik.
‘Hattem! Wezep! Kampen! Kampen! Kampen!’ roept ze. ‘Doorrijden!’

Ik rijd door.

17:50 uur.
Hattem! Hattem! Hattem!

18:00 uur.
Wezep! Wezep! Wezep!

18:15 uur.
Mijn motor klinkt raar. Ik ruik benzinedampen. De hele weg al, maar ik probeerde het te negeren. Het oliepeil lampje licht op. Zoals Captain Kirk zou zeggen: ‘Moet… auto… redden!’
Een garage! Gelukkig. Oliepeil blijkt in orde, net zoals de motor, afgezien van de dop van het oliereservoir dat er NAAST ligt. What the fuck?

18:30 uur.
Wezep… Wezep… Wezep… De sneeuw zet door. Auto’s schuifelen voor me uit. En mijn benzine is bijna op.Ik stel me voor dat ik over een maand uit een hoop sneeuw wordt gevist.

18:45 uur.
Ik zie Kampen!

18:56 uur.
Ik sta nog op de IJsselkade, te wachten tot ik bij een parkeerplaats kan.

19:01 uur.
Thuis.



Leuk? Lees dan ook deze:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.