Woef!

Als mijn vriendin en ik een dagje naar Amsterdam gaan, staat café Zeezicht altijd op het programma.

Best. Apple-pie. Ever.

Het is een vast rustpuntje tussen het onvermijdelijke winkelen en een bezoek aan het Stedelijk. Afgelopen donderdag hoorde daar nog een bezoekje aan De Nederlandse Bank bij. Mijn vriendin bleek nog ergens twee briefjes van vijftig gulden in een spaarpot te hebben, die al vijftien jaar geen daglicht hadden gezien.

Dat is sowieso al een fundamenteel verschil tussen mijn vriendin en ik. De kans dat ik een dergelijk bedrag zou vergeten is ongeveer net zo groot als de kans dat ik dit jaar de oscar voor beste vrouwelijke bijrol in de wacht sleep. Ach, het zou al een eer zijn om genomineerd te worden. Maar ik dwaal af.

Honderd gulden blijkt iets meer dan 45 euro te zijn. Lekker om ’s avonds wat te gaan eten, en om nu taart van te snoepen.

Terwijl we in Zeezicht zitten, en mijn vriendin naar buiten over het Multatuliplein staart, zie ik iets harigs voorbij schieten. Een klein hondje is op speurtocht. Ik praat tegen hem en heb meteen contact. Al snel is hij mijn beste vriend, vooral omdat ik hem kennelijk op precies de goede plekken weet te aaien. Af en toe schiet hij weg om aan vreemde voeten te snuffelen, maar hij houdt mij scherp in het oog, wat ik beloon met regelmatig gekroel achter zijn oren.

Als de taart en de koffie op zijn sta ik op om naar het toilet te gaan. Ik hoor een woest ‘woef!’ dat verdacht veel lijkt op de strijdkreet ‘banzai!’, en voor ik weet wat er gebeurt hangt het hondje met blikkerende tanden in mijn broekspijp. Ik sta perplex en probeer hem uit te leggen dat ik toch net nog zijn vriend was. ‘Grrrr!’ is zijn antwoord, en hij trekt aan mijn broekspijp alsof het een pas gedode prooi is.

Klanten kijken me aan alsof ík de dader ben, en deze behandeling kennelijk verdien. Ik wil aan de omstanders uitleggen dat ik toch echt de beste bedoelingen had, en enkel naar de WC wilde. ‘Doe es rustig,’ zegt een meisje van achter een Apple notebook tegen het hondje. Het is kennelijk zijn bazinnetje. Gehoorzaam laat hij los en springt op de bank naast haar. ‘Af en toe denkt ie dat ie een Doberman is,’ zegt ze. Ik knik begrijpend. Ik was dat zelf ook bijna gaan geloven.



Leuk? Lees dan ook deze:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.