Een kerstvertelling

Daar is ze weer. Ze heeft die schichtige blik in haar ogen. Alsof ze op groot wild jaagt en bloed geroken heeft. Net nu ik weer dicht ben. En Hij schijnt niet in staat haar te stoppen. Ik had gedacht dat het even wat minder erg zou zijn, met de boom naast me. Maar niet alleen zitten mijn kussens vol met naalden, het schijnt de twee monsters ook nog te inspireren om me nog verder toe te takelen. Ze kijkt nog steeds naar me. Met die scheve kop, gele ogen en half open bek. Maar het zijn niet de tanden die me angst aanjagen. Ze kijkt naar rechts en is opeens gefascineerd door de schittering van de kerstbal. Als ik kon zou ik opgelucht adem halen. Als een vuurpijl schiet ze op de tak af en tikt snel en venijnig tegen de blauwe bol.
“Foei! Lucie!” roept Hij.
Maar ze trekt zich er niets van aan. Ze kijkt niet eens naar Hem. Nog een tik. Naalden vallen weer op me. Hij staat op. Ze duikt weg, tussen mij en de boom in. Daar kan hij niet bij en dat weet ze. En… Au! Oh nee! Au! Stop!
“Lucie! Niet doen!”
Ik rafel. Oh nee! Ik rafel! Mijn voorkant had Hij net dichtgenaaid en het bloeden van mijn vulling was gestelpt. Nu neemt ze mijn achterkant te grazen. De nagels prikken en schrapen en trekken. Ik voel dat ik een klein beetje uitscheur. Een wit plukje komt naar buiten. Ik bloed! Weg, eng beest! Ga Weg!
Hij staat op en komt naar ons toe. Ik voel dat ze stopt met krabben, maar haar nagels zitten nog in mij. Ze lijkt te overwegen wat ze gaat doen. Als ik zou kunnen zou ik mijn adem inhouden. Hij is nu vlakbij en heeft een opgerolde krant in zijn handen. Hij slaat op mijn leuning. Au! Moest dat? Ik heb toch niets gedaan? Oh, hij wil haar opjagen. Ze wil inderdaad weg maar zit nog vast met haar nagel. Oh help ik scheur weer. Ze trekt en eindelijk is ze los. Ze rent een paar stappen om aan de andere kant van de boom, net buiten bereik, te blijven zitten. Hij slaat vruchteloos naar haar, met als enige gevolg dat er nog meer naalden op me vallen. Ik wou dat ik ze uit kon spugen of af kon schudden. Maar ik zal weer moeten wachten tot Hij eindelijk de stofzuiger weer eens wil gebruiken. Dat is sowieso weer eens tijd. Al die haren maken me oud en vies en… Oh Au! Ze klimt over me heen… Oh nee, het is die andere. De zwart-witte. Die is minder erg. Meestal slaapt hij alleen op me. Soms is hij net zo gevaarlijk als zij maar nu draait hij zich meteen om en gaat liggen. Hmmm. Lekker warm. Ik voel dat zijn ademhaling rustiger wordt. Ik wou dat ik zo snel in slaap kon vallen. En zij is nu de kamer uit. Hij heeft haar naar boven gejaagd. Ik hoop dat ze het bed met rust laat. Maar dat is mijn zorg niet. Eindelijk rust.



Leuk? Lees dan ook deze:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.