Kantoor

Maandag. DJ op de radio, auto in de file en regen op de voorruit. Ik had me ziek moeten melden. Misschien ben ik ziek. Die kriebelhoest zit er nu al een week. Misschien heb ik koorts. De auto voor me trekt op. Mijn rechter koplamp weerspiegeld sterker in de bumper van de voorligger dan de linkerlamp. Niet vergeten: reservelampje kopen. De ruit is vet en beslaat weer. Ruitverwarming baat niet. Er ligt een groezelige zakdoek naast me. Hij voelt plakkerig aan. Met de doek veeg ik over de voorruit zodat ik in elk geval weer beter zie. Het verkeer beweegt weer. Nog een paar minuten en daar is de afslag. Verdomde vrachtauto zit me in de weg. Afslaan lukt nog net zonder brokken te maken. Doorrijden tot de rotonde. Ook die zit verstopt. Tweede weg links. Derde afslag na het tankstation. De regen zet door. Alle kleuren worden door het grijze licht uit de omgeving weggezogen. Niet dat er zo veel te zien is. Een industrieterrein even buiten Apeldoorn met overal dezelfde met golfplaat bedekte gevels. Bedrijfsnamen zonder kleur of flair. Geen mens op straat, alleen rijen met auto’s op de parkeerplaatsen. Vierde afslag rechts. Dan tweede links. Kleine slinger in de weg. Verkeersdrempel. Parkeerplaats. Vlak bij de deur is een plekje vrij. Wat een mazzel. Dit wordt een goede maandag.

Het is elf uur. Nog niets gedaan. De papieren op mijn bureau heb ik herschikt zodat het er in elk geval uitziet alsof ik druk ben. Anja is net weg. Ze heeft een kop koffie achter gelaten maar is weer de suiker vergeten. Ik sta op en wil een zakje gaan halen als Dries me er een toewerpt. Ik vang hem op en bedank hem. Shit. Geen excuus om even de benen te strekken. Misschien dat de koffie me op gang helpt. Ik scheur het zakje open en schud de suiker in de kop. Er zit nog een beetje in de bodem. Ik tuit het zakje met mijn vingers en schud de laatste korrels er uit. Ik roer. Bah. Voetbad. Ik giet de koffie van het schoteltje in het kopje.

Ik pak de eerste brief van de stapel. Een klacht. Niet voor mij. Bakje ‘Klachten’. Adreswijziging. Wel voor mij. Geen zin. Per ongeluk in het bakje ‘klachten’. Ach wat onhandig van me. Volgende brief. Vraag over rekening. Ik weet het antwoord wel maar eigenlijk is die voor ‘debiteuren’. Hij glijd als vanzelf in zijn rechtmatige postbakje.

Half vier. Nog anderhalf uur. Ik kijk naar Dries die schaamteloos een Gameboy tevoorschijn heeft gehaald. Misschien is Van Wilsum er vandaag niet en lopen we geen risico om betrapt te worden. Ik heb geen zin om het hem te vragen. Het kan me niet zo veel schelen. Ik kijk naar de monitor van mijn computer. Er is nieuwe e-mail. Iemand heeft zijn sleutels verloren, of de eigenaar zich bij de receptie wil melden. Een bericht van de directeur met de resultaten van vorige maand aangehecht als PDF. Jammer dat niemand van de afdeling Acrobat Reader op de computer mag hebben staan, maar het gebaar is mooi. Een berichtje aan ‘all’ van Anja met de vraag of iedereen de kopjes zelf in de vaatwasmachine wil zetten want ze gaat vandaag om vier uur al weg omdat ze naar de dokter moet. Vijf over half vier. Te weinig tijd om echt nog iets te doen. De stapel voor me ziet er iets kleiner uit dan vanmorgen. Dat komt morgen allemaal wel. Dan begin ik meteen en ben ik voor de lunch klaar. Honger. Ik heb honger. Soepje? Niet omdat het lekker is maar om iets te doen te hebben loop ik het kantoor uit en ga naar de kantine. Shit. Anja is er nog. Haar brede rug is naar me toegekeerd. Haar geverfde rode krulhaar lijkt op de pruik van Mien Dobbelsteen. Ze heeft haar jas al aan en pakt haar handtas. Ze heeft met niet gezien. Voor ze zich om kan draaien sla ik rechts af en duik de invaliden wc in. Ik wacht tot ik het geluid van hakken op de goedkope laminaatvloer hoor wegsterven. De dans ontsprongen. Anja moet naar de dokter dus dat betekent dat ze graag wil vertellen waarom. De deur op een kier. De kust is vrij. Bij het aanrecht twijfel ik tussen ‘Chinese kip’ en ‘Asperge’. Niet dat het verschil in smaak erg groot is. Ik doe wild en ga voor ‘Ossenstaart’.

Vijf voor vijf. Nog maar heel even. Dries zit voor zich uit te staren. Ik heb weer mail. Het is volgens de omschrijving van ‘hoge urgentie’. Maar de afzender is de directeur dus het zal wel meevallen. Ongelezen in de prullenbak. Ik tel af. Zes, vijf, vier… telefoon… negeren! Drie, twee, een, vrijheid! Weer een dag hard gewerkt.



Leuk? Lees dan ook deze:

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.